Moeoe-dansers

Moeoe-dansers in graf Rechmira TT 100, foto: Petra LetherEen begrafenis in het oude Egypte was omgeven met rituelen.

Dansen vormden een vast onderdeel hiervan. Deze zogenaamde funeraire dansen waren gerelateerd aan religieuze en cultische handelingen. Men zou kunnen spreken van sacrale dansen. Dansers maakten onderdeel uit van de begrafenisoptocht die dikwijls werd weergegeven in de graven van welgestelden. Moeoe-dansers (mww) vormen hierin een bijzondere, wat mysterieuze groep. Afbeeldingen van hen zijn bekend vanaf het Oude Rijk tot aan het einde van het Nieuwe Rijk.

Aanvankelijk werden deze dansers door egyptologen onterecht aangezien voor narren, dwergen of clowns. Dit soort speculaties werd nog eens gevoed door hun merkwaardige verschijning. Volgens sommige vroege onderzoekers zijn er drie typen moeoe-dansers te onderscheiden. Het eerste type betreft de moeoe-dansers die met grote stappen en handgebaren toestemming lijken te vragen om de Moedansers met hoofdtooi in graf Renni El Kab Nr. 7, foto: Petra Lethernecropolis te mogen betreden. De tweede groep dansers lijkt een soort bewakers te zijn van een speciale moeoe-hal. Van hieruit kijken zij uit over de necropolis. De derde groep dansers wordt geassocieerd met de mensen van Pe, een gebied dat samen met het gebied Dep behoort bij de stad Buto in de Delta. De eerste twee typen zijn herkenbaar aan hun opvallende hoofdbedekking,een soort hoge, conisch toelopende, groene kap of kroon bestaande uit plantaardig materiaal zoals papyrusplanten en riet. Verondersteld wordt dat de associatie met de moerasgebieden en de stad Buto is gebaseerd op het gebruik van deze planten in de hoofdtooi. Het derde type dansers heeft geen hoofdbedekking. De dansers staan met het gezicht naar elkaar toe, symmetrisch tegenover elkaar opgesteld.
Moeoe-dansers, graf Antefoker TT60Het is onduidelijk hoe we de betekenis van deze dansers moeten duiden. De eerste twee typen zijn op dezelfde muur afgebeeld in het graf van Tetiki (TT15). In een geval staat er een priester voor hen die zegt: Kom moeoe! Waarmee hij, volgens sommige deskundigen, toestemming aan de moeoe lijkt te geven om binnen te treden in de necropolis. Het andere type dansers staat afgebeeld in de moeoe-hal, een ruimte die mogelijk onderdeel vormt van het ideale, Nieuwe Rijks elitegraf of mogelijk refereren aan 'het heilige eiland van Osiris', met een verwijzing naar Heliopolis door middel van de twee afgebeelde obelisken. Ook in het graf van Nebamon (TT17) zijn moeoe-dansers in een dergelijke hal afgebeeld. Hier zien zij toe op de begrafenisprocessie waarbij de slee met de tekenoe wordt voorgetrokken door de mensen van Pe en Dep. De moeoe-dansers zonder hoofdbedekking, onder andere aangetroffen in het graf van Rechmira (TT 100), lijken een zogenaamde 'veermans' dans op te voeren.

Moehoe-dansers in graf Rechmira TT 100, foto: Petra LetherSommige deskundigen veronderstellen dat de moeoe-dansers hun oorsprong vinden in de begrafenisceremonies van de leiders van Buto in de Predynastieke Periode en dat de gewoontes hieromtrent na de eenwording van Egypte zouden zijn overgenomen door de andere farao's en, nog later, door de elite. De hoofdtooi, conisch toelopend en aan de bovenkant samengebonden, zou de witte kroon van Opper Egypte verbeelden of wellicht refereren aan de samengestelde atef-kroon. Vroege egyptologen zagen daar een verwijzing in naar de god Osiris en veronderstelden dat de dansers semi-goddelijk zouden zijn.
In de meer ingewikkelde afbeeldingen van moeoe-dansers vormen zij onderdeel van een tafereel waarin ook, kapellen, vijvers, sycomoren en in een enkel geval obelisken staan afgebeeld. Men veronderstelt dat dit om religieuze symbolen zou gaan die, op kleine schaal, de heilige gebieden van de boottocht moesten weergeven.
Deskundigen verwijzen tevens naar de symboliek van de gebaren. Doordat de dansers karakteristieke handbewegingen maken, zij strekken een of twee vingers uit, zouden zij bijvoorbeeld een bezwerende functie kunnen hebben. Dit soort handgebaren zijn ook bekend uit het Oude Rijk, waarbij veehoeders in papyrusboten op dezelfde manier, met uitgestrekte vingers bij wijze van bescherming van het vee, naar het water wijzen, waar het gevaar in de vorm van nijlpaarden en krokodillen aanwezig was.

Moehoe-dansers in graf Renni El Kab Nr. 7, foto: Petra LetherTegenwoordig gaat men ervan uit dat de moeoe-dansers, inderdaad zijn gelieerd aan de moerasgebieden en een functie hadden als een soort veerman of bootsman. Het zou hun taak zijn om de overledene over het water naar het hiernamaals te begeleiden en te waken over de overgang. Een tocht die de fictieve reis moest verbeelden door de Nijldelta, van Memphis naar Saïs, en van Buto weer terug. Zij fungeerden dus mogelijk als schippers en grenswachten. De bootsmannen, vermeld en afgebeeld in het Dodenboek en Papyrus Ani, zouden direct gerelateerd zijn aan de moeoe-dansers. Zij worden 'zijn gezicht voor, zijn gezicht achter' genoemd. De moeoe-danser met de conisch toelopende, gevlochten kroon zou worden geassocieerd met de bootsman op de voorsteven en de moeoe-danser met de papyrusplanten op zijn hoofd met de bootsman op de achtersteven van de boot.

Hoe dan ook, moerastaferelen vormden een favoriet item in de graven van de oude Egyptenaren en het zou derhalve niet onlogisch zijn dat de ervaren bootsmannen uit deze gebieden een rol hadden in de overtocht van de overledene naar het hiernamaals.

© Joke Baardemans 2014

Bronnen: Dance, D.Meeks, The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt; Tanz, Sport und Spiel im Alten Ägypten, G Höber-Kamel Kemet DE; The mysterious Muu and the dance they do, Greg Reeder; Dance in Ancient Egypt, P. Spencer