Osiris

De god Osiris met de koninklijke regaliaDe god Osiris was een van de belangrijkste goden van het oude Egypte.

Hij was de zoon van de hemelgodin Noet en van Geb, de god van de aarde. Zijn vrouw en zuster was Isis. Osiris en Isis behoorden tot de enneade (groep van negen goden) van Heliopolis. De valkgod Horus was zijn zoon.
Osiris was de god van de doden, van de wederopstanding en van de vruchtbaarheid. Het karakter van Osiris ontwikkelde zich in de loop van de tijd. Naarmate zijn cultus populairder werd, nam hij van andere goden hun eigenschappen en attributen over, zoals bijvoorbeeld van de goden Sokar en Chentiamentioe. Naar alle waarschijnlijkheid was de oude god Andjety van Boesiris een van zijn voorgangers. Deze god droeg namelijk dezelfde waardigheidssymbolen als de god Osiris.
Een belangrijke rol van Osiris was de rol van rechter van de doden, waarbij hij leiding gaf aan de ceremonie van 'het wegen van het hart'. Dit is een ceremonie waarbij het hart van de overledene werd afgewogen tegen de veer van de godin Maät om de geschiktheid voor het hiernamaals te bepalen. Wanneer het hart minder woog en de overledene dus een rechtschapen persoon was, werd hij verwelkomd door de god Osiris in het hiernamaals.
Osiris wordt veelvuldig genoemd in de piramideteksten, de sarcofaagteksten en in het Dodenboek. Ook komen zijn naam en afbeeldingen voor op talrijke voorwerpen in tempels en graven.
De mythe van Osiris loopt als een rode draad door de oud-Egyptische geschiedenis en gaat over de moord op Osiris door zijn jaloerse broer Seth. Hij sneed het lichaam van Osiris in stukken en verspreidde het over het hele land. Zijn weduwe Isis en haar zus Nephthys verzamelden de lichaamsdelen. Zij mummificeerden het lichaam tot één geheel en wekten Osiris zover op dat Isis weer zwanger kon worden van de god Horus. Horus nam wraak op de moord op zijn vader en werd na verloop van tijd, in navolging van Osiris, koning van heel Egypte. Deze mythe combineert het geloof in het hiernamaals met de ideologie van het koningschap. Dit zijn de twee invloedrijkste elementen van de Egyptische religie.

Afbeelding uit het Dodenboek met rechts op de troon Osiris en achter hem de godinnen Isis en NephtysOsiris wordt meestal afgebeeld als een mannelijke mummie. De huid van de god kon wit zijn, groen (verwijzend naar vruchtbaarheid en wedergeboorte) of zwart (verwijzend naar de vruchtbare modder van de Nijl). Afwisselend ziet men hem stijf rechtopstaand of zittend met beide benen strak tegen elkaar aan. In de handen houdt hij de staf en de vlegel, de karakteristieke koninklijke regalia. Vanaf het Middenrijk wordt Osiris afgebeeld met de witte kroon van Boven-Egypte. Soms draagt hij de atef-kroon. Deze lijkt op de witte kroon maar is voorzien van extra ornamenten, zoals twee pluimen aan weerszijden, soms met ramshorens erbij. Osiris nauwe band met het koningschap en zijn rol als heerser over het dodenrijk maken hem tot een van de meest afgebeelde goden. Ook in begrafenisscènes is hij veelvuldig afgebeeld als rechter van de overledenen, dikwijls geflankeerd door de godinnen Isis en Nephtys.

Osirisafbeeling met gekrulde hoofdtooi, tempel van Edfoe, foto: Petra Lether De cultus rondom Osiris duurde zo'n 2000 jaar en was aan het einde van de 5e dynastie reeds gevestigd. Vanaf die tijd verscheen zijn naam ook in privégraven, meestal in de offerformules. Tot het einde van de dynastische tijd werd zijn naam in ere gehouden in tempels, graven en allerlei teksten. Door heel Egypte werd hij aanbeden, maar er zijn een aantal plaatsen waar dat intensiever gebeurde. De meest prominente plaatsen waren Boesiris en bovenal Abydos. Hier vond jaarlijks een Osirisfeest plaats met een grootse processie. In de tempel van Seti I in Abydos werd tijdens de 19e dynastie een kapel en het Osireion gebouwd. Abydos was duidelijk een van de belangrijkste cultuscentra van Osiris in het oude Egypte.

© Joke Baardemans 2012
Bronnen: The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt, R. Wilkinson; Het Oude Egypte, T. Wilkinson; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, J. Gwyn Griffiths