Didia

didiastleDidia was een van vaklui ten tijde van Ramses II en leefde in Thebe.

Hij was tekenaar, maar niet zomaar een tekenaar. Hij kwam uit een geslacht dat al zeven generaties dienst deed als hoofdtekenaar van Amon. Verondersteld wordt dat Didia's voorouders uit Syrië-Palestina kwamen. Zijn verre voorvader heette Pada-Baal wat Baal herwint betekent. Mogelijk kwam hij als krijgsgevangene mee tijdens een van de oorlogen in de 18e dynastie. Didia's voorouders wisten al snel hun draai te vinden binnen de Egyptische samenleving en gaven hun kinderen Egyptische namen. Toch behielden de mannelijke familieleden iets van hun herkomst en de meesten trouwden met buitenlandse vrouwen of vrouwen met buitenlandse voorouders. De mannen waren trots op hun afkomst en Didia vermeldde zijn voorouders dan ook op een stèle. Als hoofdtekenaar van Amon was hij zeer hypostylehal karnakvaardig in ontwerpen, tekenen en schilderen. Hij diende onder de vizier Paser en werkte aan de constructie en decoratie van de grote hypostylehal van de tempel in Karnak. Hij had als opdracht om de tempels uit de 18e dynastie te restaureren die in een belabberde staat verkeerden. Het ging hierbij om de festivalhal van Thoetmosis III in Karnak, de gezamenlijke dodentempel van Amenhotep I en Ahmose Nefertari, de dodentempel van Thoetmosis III in West-Thebe, de tempel van Monthoehotep, de Amon tempel van Thoetmosis III en de dodentempel van Hatsjepsoet in Deir el-Bahri.

Al deze activiteiten moeten hem aanzien hebben opgeleverd. In ieder geval werd hij in de gelegenheid gesteld een eigen stèle te produceren. Tegenwoordig is deze stèle (uit de tijd van Seti I), gemaakt van zwart graniet, in het Louvre museum te vinden. Het betreft een buitengewoon dikke stèle, die meer iets wegheeft van een kapelletje. De stèle is rijk gedecoreerd, gericht op de verering van de goden van Abydos. Deze decoratie suggereert dat de stèle is opgedragen aan Didia en zijn voorvaders in de heilige stad, en aan de god Osiris, de dodengod. Aan de uitgebreide composities is te zien dat de hoofdtekenaar, naar men veronderstelt, waarschijnlijk zelf het ontwerp ter hand heeft genomen.

Osiris met rechts Isis en links HorusDe vereerders met bloemen en waterlelliesDe voorkant toont een tabernakel voor de god Osiris, de godin Isis en hun zoon Horus. De drie goden lijken uit de steen te komen waarin zij zijn uitgehouwen. De vereerders zelf zijn, onder de goden, in verzonken reliëf weergegeven. Zij dragen schalen met offergaven en boeketten met waterlelies. Het is een buitengewoon, haast driedimensionale weergave van een goddelijke kapel in een blok steen en verklaard waarom de stele zo dik is.
Detail achterkant stèleDe achterkant is een stèle op zich en ook voorzien van afbeeldingen en tekst. Zij onderscheidt zich van de voorkant door het fraaie, vlakke graveerwerk. Het vakmanschap komt hier volledig tot uiting. Hoewel het een grafische presentatie is, lijkt het gehele oppervlak meer een inscriptie te zijn en de weergegeven figuren zijn nauwelijks te onderscheiden van de teksten. Didia heeft de zeven generaties weergegeven onder de bescherming van de god Osiris en plaatst zichzelf onder bescherming van de grote goden van Abydos.

Didia was dus afkomstig uit meerdere generaties van hoofdtekenaars van de tempel van Amon in Karnak. Zo'n familiestructuur waarborgde de artistieke, technische en formele tradities van de ene generatie op de andere. Didia had het geluk om werkzaam te zijn tijdens een roemrijke periode in de Egyptische geschiedenis. Hij werkte aan grote opdrachten. Zo besloot Seti I een immense pilarengalerij te laten bouwen. Er bestaat geen twijfel over dat Didia daar ook betrokken is geweest om de standaardscènes te ontwerpen waarbij de koning te midden van de goden staat. Zelfs vandaag zijn deze scènes nog te bezichtigen.

© Joke Baardemans 2015

Bronnen: Lives of the ancient Egyptians, T. Wilkinson; toelichting Musée de Louvre, Parijs