Thoetmoses I

Thoetmoses I, British MuseumFarao Thoetmoses I was de opvolger van Amenhotep I en de derde farao in het Nieuwe Rijk.

Hij was echter geen zoon van Amenhotep I, maar een militair die relatief kort, waarschijnlijk ca 12 jaar, op de troon heeft gezeten. Bij de bestijging van de troon was hij al van middelbare leeftijd. Wie zijn vader is, is niet bekend. Zijn moeder is Seniseneb waarvan de afkomst eveneens onbekend is. Thoetmoses 'Grote Koninklijke Echtgenote' was Ahmose. Het kan zijn dat Ahmose een familielid was van de Ahmosiden-familie mogelijk via prins Ahmose-Anch. Waarschijnlijk dat Thoetmoses door die lijn aanspraak kon maken op de troon. Ahmose schonk hem een dochter, de later zo bekend geworden vrouwelijke farao Hatsjepsoet en mogelijk ook nog een tweede dochter, Neferoebity. De laatste dochter wordt slechts schaars vermeld en is waarschijnlijk al jong overleden. Zijn tweede vrouw, Moetnoferet, baarde de latere troonopvolger Thoetmoses II en waarschijnlijk nog twee ander zonen: Amenmose en Wadjmose.

Tombos-insciptie van Thoetmoses I, foto: Petra LetherHoewel Thoetmoses I niet lang heeft geregeerd is hij met name bekend geworden vanwege zijn expedities naar Nubië en Syrië-Palestina. Hij was een succesvol militair en onder zijn bewind veranderde Egypte tot een van de machtigste beschavingen van de Oudheid. Bij zijn troonsbestijging liet hij een decreet uitvaardigen waarin zowel de kroning als de formele acceptatie van de koninklijke titels werden aangekondigd. Dit bezorgde hem macht en goddelijk gezag. Hij voerde een vernietigende en meedogenloze veroveringscampagne in Nubië en liet ter herinnering daaraan in een hooggelegen rots nabij Koergoes een overwinningsinscriptie aanbrengen. Om zijn overwinning nog eens extra te onderstrepen, bracht hij in de zijkant van een andere rotsformatie nog een monumentale inscriptie aan waarin uitgebreid verslag wordt gedaan van de Nubische veldtocht.
Voor zijn vertrek uit Nubië gaf hij opdracht tot het bouwen van een reeks forten die de naam kreeg: 'Niemand onder de Negen Bogen'. De negen bogen verwijst naar de traditionele vijanden van Egypte.
Thoetmoses verlegde zijn grenzen en in zijn vierde regeringsjaar ging hij het gevecht aan met het koninkrijk Mittani (Syrië-Palestina). Hij richtte een slachting aan en markeerde zijn overwinning door middel van een herdenkingsinscriptie aan de oever van de Eufraat.

Obelisk Thoetmoses I, Karnak, foto: M.M. MinderhoudOp talrijke plaatsen in Egypte en Nubië heeft Thoetmoses monumenten laten oprichten en stèles geplaatst. In Karnak liet hij ook onuitwisbare sporen na. Hij vergrootte en voltooide onder andere de bouw van de galerij, begonnen onder Amenhotep I, breidde de westelijke muren uit die verbonden werden met twee nieuwe pylonen (vierde en vijfde). Zij vormden de toegang tot de tempel. Daarna maakte hij de open ruimte tussen de twee doorgangen af. Ook zorgde hij voor de vervolmaking van de decoratie van de kapel van Amenthotep I. Dit lijkt een van de weinige directe manieren te zijn waarop hij mogelijk de band met zijn voorganger wilde benadrukken. In het noorden van Karnak verving hij een monument van Ahmose door zijn 'schatkamer', maar bewaarde een blok om het in zijn eigen bouwwerk te verwerken.

Thoetmoses heeft geen dodentempel achtergelaten. Wel is er in de tempel van Hatsjepsoet een kapel waarin hij wordt geëerd. Over Thoetmoses oorspronkelijk begraafplaats blijft onduidelijkheid bestaan. Zijn naam komt voor op twee sarcofagen die uit twee graven in de Vallei der Koningen stammen: KV 20 en KV 38. Nog steeds bestaat er onenigheid in welk graf hij in eerste instantie is bijgezet. De sarcofagen werden later in bezit genomen door een hogepriester uit de 21e dynastie, Pinodjem en uiteindelijk herbegraven in de koninklijke cachette in Deir el-Bahri. Een van de ongeïdentificeerde mummies zou het lichaam zijn van Thoetmoses, maar ook dat is onzeker.

© Joke Baardemans 2014

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. Akhnaten, M. Eaton-Krauss; Chronicle of the Pharaohs, P. Clayton; The Oxford History of Ancient Egypt, I Shaw; Te rise and fall of Ancient Egypt, T. Wilkinson