Koningsnamen en titulatuur

Nomen (geboortenaam) en prenomen (troonnaam) van farao Thoetmosis IIIDe titulatuur van farao's uit het oude Egypte lijkt op het eerste gezicht erg ingewikkeld en roept nogal wat vragen op. De farao's beschikten namelijk over een uitgebreide titulatuur en bestond uit namen, titels en toenamen.

De toenamen worden ook wel epitheta genoemd, in het enkelvoud epitheton. Epitheton is een woord dat uit het Grieks komt en betekent letterlijk 'erbij geplaatst' of 'toegevoegd'. De epitheta die volgen op de namen en titels van de farao's hebben betrekking op 'leven', zoals bijvoorbeeld 'die blijvend leeft' en 'voor eeuwig en altijd' .
Vanaf het Oude Rijk droeg de farao vijf namen waarvan er twee in een cartouche werden geschreven: de prenomen en de nomen. Drie namen werden regelmatig op monumenten vermeld: de prenomen, de nomen en de Horusnaam. De betekenis van een cartouche, een woord dat is afgeleid van de hiëroglief voor 'omcirkelen', is dat de farao regeert over alles 'wat door de zon wordt omcirkeld'. Het gebruik van de cartouche voor koninklijke namen werd geïntroduceerd door farao Snofroe, de eerste farao van de 4e dynastie. Hij verving hiermee de Horusnaam waarmee de farao tot op dat moment werd geïdentificeerd.
De andere namen zijn de beide meesteressennaam en de gouden Horusnaam. Deze namen werden minder vaak gebruikt.

HorusnaamDe Horusnaam verbeeldt de farao als plaatsvervanger van de god Horus. Horus was de zoon en opvolger van een van de belangrijkste goden van Egypte, Osiris. De Horusnaam wordt geschreven in een paleisfacade die bekroond wordt door een staande valk.


nsw bityDe prenomen (troonnaam) is de naam die de farao meekreeg bij het bestijgen van de troon. De titel wordt ingeluid door de titel van 'koning van Opper-en Neder Egypte' oftewel 'nsw-bity'. Het betekent 'hij die bij het riet en de bij hoort' en symboliseert de macht van de farao en zijn rol als vereniger van Beide Landen.

sa raDe nomen is de naam die de farao bij de geboorte meekreeg. Binnen een bepaalde dynastie kwam deze naam doorgaans vaker voor en het is tevens de naam waarmee de farao nu nog bij ons bekend is. Deze naam ziet men vanaf het midden van de 4e dynastie verschijnen door de opkomst van de cultus van de zonnegod Ra. Het geeft de relatie aan tussen de farao en de zonnegod die hem zou hebben verwekt. De nomen wordt dan ook altijd vooraf gegaan door de titel sa ra oftewel 'zoon van Ra'.

nebtyDe naam van de beide meesteressen komt al vanaf de 1e dynastie voor. De naam verwijst naar twee oude rijksgodinnen. Nechbet, een godin die wordt weergegeven door een gier. Wadjet, de andere godin, wordt als cobra afgebeeld. Nechbet is de godin van het Zuiden en Wadjet de godin uit de Delta, het Noorden. De beide meesteressennaam gaf aan dat de farao bescherming genoot van beiden godinnen.

gouden horusDe betekenis van de gouden Horusnaam is niet helemaal duidelijk. Sommigen veronderstellen dat het lichaam van de farao als goddelijk werd gezien, goddelijk omdat het uit de zonnestof goud bestond. Er zijn ook egyptologen die denken dat er mogelijk werd gezinspeeld op de mythologische overwinning van de god Horus (waarvan de farao de aardse plaatsvervanger was) op Seth. Seth was namelijk een andere naam voor 'degene van Noebt' of 'gouden'. De gouden Horusnaam wordt geschreven met het hiëroglief voor goud, bekroond met een valk.

Hoewel alle vijf de titels en namen al vanaf het Oude Rijk te lezen waren op koninklijke monumenten duurde het toch nog tot aan het Middenrijk voordat de uiteindelijke vorm van de vijfvoudige titulatuur werd vastgesteld. De namen van de farao's werden met grote zorg gekozen. Het drukte niet alleen legitimiteit uit, maar schonk dat ook. Buitenlandse heersers deden dan ook heel veel moeite de tradities omtrent de naamgeving te volgen.

© Joke Baardemans 2012

Bronnen: Chronicle of the Pharao's, P. Clayton; Het oude Egypte in woord en beeld, T. Wilkinson; Hiërogliefen ontcijferen en lezen, Mark collier & Bill Manley; Brandaen, C. Blokhuis