Beelden van privépersonen, algemeen

Pepi en haar gezin, Römer-und Pelizaeus Museum Hildesheim, foto: J. BaardemansDe Egyptische collecties in musea en andere verzamelingen bevatten talloze beelden in diverse vormen, materialen en stijlen. 

Zo heb je beelden waarbij de mens staand, zittend, knielend of hurkend wordt uitgebeeld. De beelden stellen onder andere goden, godinnen en farao's en hun familie voor. Hoewel in veel mindere mate, werden er ook van privépersonen, zoals hoogwaardigheidsbekleders, beelden gemaakt. Deze beelden waren om in de graven of in tempels te plaatsen. Wat betreft de stijlkenmerken verschillen de privébeelden niet zo zeer van de koninklijke sculptuur, hoewel de privébeelden soms zelfs wat verfijnder zijn. Wel is het nu duidelijk dat gedurende bepaalde perioden de stilistische inovaties in de provinciale werkplaatsen werden ontwikkeld en later overgenomen werden door de koninklijke werkplaatsen. Toch zijn er ook voorbeelden bekend waarbij privébeelden juist in koninklijke werkplaatsen werden vervaarigd. Dikwijls was dit een koninklijke gunst.

De privébeelden kenden hun eigen graftraditie en ontwikkelden zich pas duidelijk in de periode van de 3e dynastie. De eerste exemplaren trof men aan in de necropolen van de oude hoofdstad Memfis, vooral in Sakkara en Gizeh.
Beelden werden niet zozeer gemaakt met het doel om de werkelijkheid weer te geven maar vooral om religieuze redenen. Men wilde een ideaal tastbaar maken. Het doel was een vervangend lichaam te vormen, een beeld van de mens te maken dat geschikt was voor de eeuwigheid. Vandaar dat de overledene vaak jong en gespierd werd uitgebeeld, ongeacht de feitelijke leeftijd. De idealisering had ook nog een sociale functie, waarmee werd aangegeven dat de persoon afkomstig was uit de juiste klasse en positie in de maatschappij. Dit kwam tot uitdrukking in de keuze van de juiste sieraden, haardracht en kleding. Door het beeld te voorzien van een naam, titel en soms ook van specifieke gelaatskenmerken kon het met de overledene geïdentificeerd worden. Als het beeld klaar was, werd het zogenaamde mondopeningsritueel voltrokken. Dit was een ceremonie om doden en hun grafbeelden weer tot leven te wekken. Hierdoor konden zij in het hiernamaals opnieuw functioneren.

Privébeeld van Memi en Sabu, 4e dynastie, MET New YorkDe beelden werden opgesteld in grafkamers, tegen de wanden en in nissen. Vanaf de 3de tot het einde van de 5de dynastie was de serdab (Arabisch woord voor een onderaardse verblijfsruimte of holte) een gebruikelijke plaats om het beeld van de overledene op te stellen. Bij de piramide van koning Djoser, de eerste koning van de 3de dynastie, werd voor het eerst zo'n serdab aangetroffen. Dit was een afgesloten kamertje, aangrenzend aan de cultusruimte. De enige verbinding met de cultusruimte werd gevormd door een smalle spleet of een paar ooggaten waardoor de overledene de offercultus kon volgen.
De grafkamers bevatten afzonderlijke beelden van de grafeigenaar en zijn vrouw maar ook van hen samen, de zogenaamde dubbelbeelden of diades. Andere combinaties van groepen kwamen eveneens voor. Zo kende men ook groepsbeelden van drie personen oftewel triades. Kinderen werden doorgaans samen met de ouders, maar op kleiner formaat, uitgebeeld. Kenmerkend voor het uitbeelden van een kind waren zijn naaktheid, de jeugdlok aan de zijkant van het hoofd en de vinger aan zijn mond.

Voor het maken van beelden werd hout, ivoor en faience gebruikt. Maar de meest gebruikte materiaalsoort was steen. Dit vanwege de onveranderlijkheid; stenen beelden moesten tot in de eeuwigheid blijven bestaan. Ze waren waarschijnlijk een koninklijk privilege dat aan particulieren werd toegekend als speciale gunst. De verschillende steensoorten kenden specifieke associaties. Zo werden rood graniet en kwartsiet geassocieerd met de zon. Als de beelden klaar waren, werden ze meestal beschilderd en soms ook voorzien van ingelegde ogen van rotskristal en obsidiaan oftewel zwart, vulkanisch glas. Ook de wenkbrauwen en andere delen van het gezicht werden soms voorzien van zilver of goud.
De Egyptische beeldhouwers waren zeer vakbekwaam en creatief. De kwaliteit van de door hen gemaakte beelden was van een hoog niveau. Het grote aantal beelden dat bewaard is gebleven, getuigt van het belang dat eraan werd gehecht in het oude Egypte ten tijde van de farao's.

© 2012 Joke Baardemans

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. sculpture R. Tefnin; Het land van de farao's, H. Satzinger; Het Oude Egypte T. Wilkinson; Egyptian Art, C. Aldred