Kronen en hoofdtooien koninklijke dames 3

Koningin Nefertari met de gierenkap, graf Nefertari QV 66De oudste en meest gebruikelijke hoofdtooi voor koninklijke vrouwen is de gierenkap. Dit is een nauwsluitende kap gevormd door het lichaam van een gier.

De gespreide vleugels liggen aan weerskanten tegen het hoofd, terwijl de kop van de gier op het voorhoofd ligt. De uraeus kan aan de gierenkop toegevoegd zijn. De draagster van deze hoofdtooi werd geassocieerd met de godin Nechbet (godin van Boven-Egypte) en in de loop van de tijd met de godin Moet (Moet betekent moeder in het Oudegyptisch). De kap benadrukte de specifiek moederlijke rol van de koningin. De gierenkap werd al vanaf het Oude Rijk afgebeeld.

Hathor met kroon, tempel van DenderaVanaf het einde van de 18e dynastie droegen koninklijke vrouwen een kroon die bestond uit een driedelige Hathorpruik, gedragen met twee koehoorns, eventueel een zonneschijf en gedecoreerd met een uraei-kalathos ook wel modius genoemd. Dit is een soort diadeem voorzien van cobraslangen. De pruik associeerde de koningin met de godin Hathor, een godin die rijpheid en schoonheid combineerde met de verwoestende aspecten van het zonneoog. De uraeus wordt in een zonnehymne uit de 18e dynastie geassocieerd met het Koningin Meritamon, 19e dynastie met uraeÏ kalathoszonneoog, het oog van de zonnegod Ra. Het gebruik van een dubbele uraeus wordt gerelateerd aan de godinnen Nechbet (Boven-Egypte) en Wadjet (Beneden-Egypte). Dit wordt nogeens onderstreept doordat de cobra's soms ook de kronen van Boven- en Beneden-Egypte dragen. Een dubbele uraeus zou ook wijzen naar het regeneratieve en het destructieve karakter van het zonneoog. Vanaf het Middenrijk vormde de aanwezigheid van een uraeus een aanduiding voor koningsdochters. Sommigen droegen zelfs diademen die volledig uit cobraslangen bestonden.

Koningin Teje met de dubbel verenkroon, Neues Museum, BerlijnDe dubbele verenkroon werd door vrouwen gedragen vanaf de 13e dynastie. Een verhoogde kroon, de onderkant van een Amonkroon, diende als basis voor de twee veren. Deze kroon werd vanaf de 18e dynastie populair onder koninginnen. Dubbele veren werden in het Dodenboek in verband gebracht met de dubbele uraeus, maar de betekenis is niet geheel duidelijk. De veren zouden de twee horizons van Beide Landen vertegenwoordigen en daarmee ook de twee uraeusslangen. Ook godinnen droegen de dubbele verenkroon, maar dan was de kroon doorgaans voorzien van een zonneschijf. De dubbele veren konden zowel van een valk als van een struisvogel zijn.
De Amonkroon werd later aangevuld met hoorns van een gazelle en staat bekend onder de Isis-Sothis verenkroon. Vrouwen die lager op de ladder stonden dan de koningin zijn vaak te herkennen aan het feit dat zij op hun hoofdbedekking een gazellenkopje dragen.

© 2013 Joke Baardemans

Bronnen: The Crowns of Pharaoh: their development and signifiance in Ancient Egyptian kingship, S. Collier; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, K, Goebs. Women in Ancient Egypt, G. Robins; De geheimen van het oude Egypte, L. Oakes & L. Gahlin; Het Oude Egypte, T. Wilkinson