Tempels, (a) oorsprong en ontwikkeling

Nabta Playa in de Nubische woestijnWanneer de eerste stappen zijn gezet tot de bouw van een Egyptische tempel blijft onbekend, maar de stenen cirkel die is gevonden bij Nabta Playa in het zuiden van Egypte is mogelijk een van de eerste opgetekende astronomische plaatsen ooit.

Het is tussen de 6000 en 6500 jaar oud en heeft mogelijk een cultische betekenis gehad. Deze zorgvuldig opgestelde stenen lijken een prehistorische kalender te zijn geweest. Mogelijk dat zij ook een symbolische en ceremoniële betekenis hebben gehad. 

In het zuiden van Egypte heeft men de resten aangetroffen van de meest belangrijke tempel aan het einde van het Oude Rijk die opgedragen is aan een godheid. Het was de Horustempel in Nekhen of Hierakonpolis. Hier werd de cultus onderhouden van de koning als de zonnegod op aarde en de zonnegod die langs de hemel reisde, beiden geïdentificeerd met de god Horus. In de buurt van deze tempel zijn talrijke voorwerpen opgegraven waaronder het bekende Narmerpalet. Opgravingen hebben eveneens uitgewezen dat deze vereringsplaats bestond uit een open hof van 32 bij 13 meter, omgeven door een rieten Fort-achtige constructie bij Hierankopolis afrastering bedekt met klei. Aan de noordkant bevond zich een aantal kleine gebouwen en aan de zuidkant stond de schrijn of het heiligdom. Opvallend en van specifieke betekenis is de zandheuvel die is aangetroffen gevonden op het hoogste punt van de open hof. De zandheuvel is ook aangetroffen in de bemuurde omheiningen van Abydos en lijken op ceremoniële plaatsen waar bijeenkomsten werden gehouden voor de goden. In de open hof werden eveneens de resten van aangetroffen van iets wat een hoge paal geweest moet zijn waaraan mogelijk een vlag of embleem bevestigd was. De heuvel kan worden gezien als een symbolische verwijzing naar de oerheuvel, de ben-ben waaruit de schepping zou zijn ontstaan en waar de oer- en valkgod de wereld overzag vanaf een paal of standaard. De oerheuvel is een aspect dat in iedere Egyptische tempel terugkomt.
De fort-achtige constructies van de Horustempel laten deels gedetailleerde gedecoreerde panelen zien. Deze worden aangeduid met 'paleisfaçade' omdat ze werden gezien als de muren van het paleis van de levende farao.

Maquette daltempel Gizeh, foto: Petra Lether   De daltempel die bij het piramidecomplex van het Oude Rijk in Gizeh werd gebouwd, had een toegang vanaf het water en functioneerde in eerste instantie als toegang tot het complex. Daarnaast diende de tempel als symbolische poort tot het hiernamaals. Een lange weg, de 'causeway' verbond de daltempel met de dodentempel, die zich aan de voet van de piramide bevond. De dodentempel diende om de cultus van de overleden farao in stand te houden. In deze Oude Rijkstempels werd de symboliek van de kosmos en het hiernamaals ontwikkeld. De dodentempel stond aanvankelijk aan de noord- of zuidkant van het piramidecomplex. Vanaf de 4e dynastie werd de dodentempel oost-west georiënteerd zoals bijna alle tempels die later verrezen.
Een variant op de piramidetempels zijn de zonnetempels, gebouwd door een aantal farao's uit de 5e dynastie op diverse plekken in de Memfitische necropool. Zij leken op de piramidetempels met een daltempel en een causeway, maar in dit geval leidde deze naar een centraal punt, een obeliskachtig monument, en bijgebouwen. Evenals bij het piramidecomplex waren deze tempels oost-west georiënteerd en hadden een zonneboot aan de zijkant van het complex. Slechts het piramidecomplex van farao Nioeserre (5e dynastie) heeft de tand des tijds redelijk doorstaan.
De zonnetempels waren bedoeld als aanvulling op de cultus van het piramidecomplex, om de eeuwige cultus rondom de zonnegod Ra te kunnen vestigen.
Het contrast tussen de dodentempels en de zonnetempels enerzijds en cultustempels in de provincie anderzijds was groot. Dikwijls werden tempels in de provincie op flinke afstand gebouwd van centrale nederzettingen en hadden minder last van koninklijke bemoeienis. De tempels konden zich ontwikkelen zonder de beperkingen van de koninklijke architectonische traditie. De tempel van Medamut is hier een voorbeeld van. De vorm van de tempel wijkt af van wat gangbaar was.

Witte kapel van Senoesret. J. Baardemans   Tijdens het Middenrijk werden op grote schaal tempels gebouwd door onder meer Senoesret I. Helaas zijn veel van deze tempels later weer vernietigd of substantieel verbouwd en opgenomen in de nieuw ontwikkelde en opgerichte bouwwerken. De overgebleven restanten zijn dus zeldzamer dan uit andere periodes waarin aanmerkelijk minder werd gebouwd. De dodentempel van Montoehotep in Deir el-Bahri is een van de weinige overgebleven tempels en was de inspiratie voor de later gebouwde dodentempel van de vrouwelijke farao Hatsjepsoet. De Witte Kapel van Senoesret in Karnak is eveneens een goed voorbeeld uit deze periode. De kapel is uiterst verfijnd gedecoreerd met hiëroglifische inscripties.
Waar men voorheen nog veel met hout en riet had gewerkt, werd tijdens het Middenrijk het bouwen met steen in toenemende mate gebruikelijk. Ook werd de architectonische symmetrie steeds meer ontwikkeld en toegepast.
De tempel is nu voorzien van een hof met pilaren, waarachter zich een heiligdom bevindt. Hierachter zijn weer afzonderlijke schrijnen aangebouwd. Deze hof, de zuilenhal en het heiligste der heiligen van de Middenrijkse tempels vormen uiteindelijk de basis voor het ontwerp van de latere Nieuwe Rijkse tempels.

©Joke Baardemans 2013

Bronnen: The Complete Temples of Ancient Egypt, R. Wilkinson; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, Temples, Rolf Gundlach