Aker

Hoofdsteun graf Toetanchamonmet de leeuwen van gisteren en morgen-Egyptisch Museum CaïroAker-symbol papyrus AnhinDe god Aker was een oude Egyptische god en hij belichaamde de vergoddelijking van de horizon.

Aker betekent gebogen (degene die zich buigt) en verwijst naar het feit dat de horizon zich rondom iedereen buigt. De Piramidenteksten spreken van Akeroe (degenen van de horizon), de meervoudsvorm van Aker. Kennelijk beschikte deze godheid over zowel enkelvoudige (Aker) als meervoudige (Akeroe) aspecten. Dat ziet men later ook terug aan de manier waarop de Akergoden werden uitgebeeld. De mythologische herkomst wat betreft de meervoudige aspecten wordt niet verduidelijkt in de Piramideteksten, wel komen de Akergoden voor in bezwerende teksten waar wordt verteld dat de Akergoden beefden voor de farao of ervan afzagen hem te grijpen. In de enkelvoudige vorm opende Aker juist de poort naar de aarde, stond de farao toe de onderwereld te betreden en beschermde hij de farao. Hij hield de diverse slangendemonen tegen en bedreigde ze. In latere teksten, onder andere in het graf van Ramses VI, staat opgetekend dat Aker de kronkelingen van de slang Apophis opsloot toen die aan stukken werd gesneden.

Hoofdsteun Toetanchamon-Egyptisch Museum CairoDe vroegste afbeeldingen laten Aker zien als een strook land met aan beide uiteinden een menselijk gezicht. Het stelt de toegang en de uitgang van de onderwereld voor. De meer gebruikelijk weergave van Aker zien we later in de tijd. Hierbij wordt hij voorgesteld als twee leeuwen of sfinxen – door de Egyptenaren aangeduid met het woord ruty wat twee leeuwen betekent – die rug aan rug tegen elkaar aan liggen en het hiëroglief voor de opkomende zon op hun rug dragen. Het zijn in deze context de vertegenwoordigers van beide horizonnen. Een leeuw kijkt daarbij naar het westen waar de zon onder gaat, de andere leeuw is op het oosten gericht waar de zon, na het nachtelijke duister, verrijst aan de horizon. Zij worden ook wel de leeuwen van gisteren en morgen genoemd. Tijdens het Middenrijk verschijnen de Akergoden dikwijls samen met andere beschermgoden. Vaak houden deze beschermers van de onderwereld een mes in de hand. Amdoeat het 5e uur-grot van Sokar met aan weerskanten een Aker-sfinx-graf Thoetmoses III- KV 34In vignetten uit een latere periode zien we de zonnegod Ra op de rug van Aker reizen waarbij de Akergoden aan beide zijden wordt afgebeeld als poortwachter bij de in -en uitgang van de onderwereld. Vanwege het feit dat de Egyptenaren geloofden dat de poorten van gisteren en morgen werden beschermd door de Akergoden, plaatsten zij ook vaak beelden van twee leeuwen bij de deur van hun paleizen en graven. De diverse dodenboeken uit het Nieuwe Rijk bevatten de meest uitvoerige bronnen over Aker. In het Amdoeat bewaakt hij als de dubbele sfinx het ovaal waarin 'het vlees van Sokar' opgesloten zit. Ook in het Holenboek wordt hij genoemd. Hij neemt hier de god Geb en Chepri op zijn rug terwijl het lichaam van Osiris zich onder hem bevindt. In een ander register waakt hij over Noen, het oerwater, waaruit twee armen de nieuwe zon verheffen.

Er is niet echt een specifieke cultusplek die bij Aker hoort hoewel hij al sinds de Predynastieke Periode sporen nalaat. Als amulet kon Aker worden afgebeeld als twee leeuwen die voor bescherming stonden en een hernieuwende rol speelden. Ook om zijn bezwerende krachten stond Aker bekend. Hij zou het gif in het lichaam neutraliseren wanneer iemand door een slang of een schorpioen was gebeten of iets verkeerds had gegeten.

© 2013 Joke Baardemans

Bronnen: Gods and Goddesses, Devils and Demons, Manfred Lurker; The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt, R. Wilkinson; The Ancient Egyptian Books of the Afterlife, Erik Hornung: Aker, E. Hornung, in Lexicon der Ägyptologie