Oesjabties

Oesjabties, Roemer- und Pelizaeus-Museum, Hildesheim, foto: J. BaardemansSjabties, sjawabties en oesjabties zijn kleine beeldjes in de vorm van een mummie of in de vorm van een levend persoon in mooie, linnen gewaden en werden bij de overledene in het graf geplaatst.

De diversiteit wat betreft etymologische spelling geeft een geografisch onderscheid aan. De benaming sjawabties was voornamelijk verbonden aan het arbeidersdorp Deir- el Medina en andere Thebaanse regio's. Het gebruik van het woord sjawabtie is niet erg gangbaar voor de huidige aanduiding van deze beeldjes. Doorgaans wordt gesproken over sjabtie of oesjabtie. De herkomst van de woorden sjawabtie en sjabtie is onduidelijk. Het woord oesjabtie verscheen pas tijdens de 21e dynastie. Ook hiervan is de etmologische herkomst onzeker. Mogelijk dat het een afgeleide is van het werkwoord wSb wat antwoorden betekent. Van de oesjabties werd verwacht dat ze de noodzakelijke agrarische taken zouden uitvoeren die de goden van de overlede verlangden. Het leven na de dood moest volmaakter zijn dan het leven op aarde, vandaar dat de Egyptenaren er heel veel moeite voor deden om op allerlei magische manieren de kwaliteit van het hiernamaals te waarborgen. Zo gingen zij er vanuit dat zij onbekommerd Oesjabtoe Nieuwe Rijk, 18e dynastie, Brooklyn Museumkonden genieten en geen fysieke inspanningen hoefden te leveren. Het was de plicht van een oesjabtie om gehoor te geven aan een verzoek van de grafeigenaar om allerlei boerenwerkzaamheden te verrichten. Het verrichten van werkzaamheden was wel de belangrijkste, maar niet de enige functie die aan oesjabties kon worden toegeschreven. Aanvankelijk traden sjabties op als de overledene zelf en kregen ze een eigen, doorgaans  gedecoreerde kist, net als de mummie. Zij werden in dat geval als alternatief voor de ka-beelden gezien. Maar de rol van dienaar, die de grafeigenaar het noodzakelijke werk uit handen nam, kreeg in latere periodes de overhand.
Oesjabties werden door een magische spreuk tot leven gebracht. Deze spreuk verscheen voor het eerst in de 12de dynastie, als spreuk 472 van de Sarcofaagteksten en vervolgens als hoofdstuk zes van het Dodenboek. De kernboodschap bevatte het verzoek tot het verrichten van werkzaamheden. De spreuk stond meestal samen met de naam en titel van de overledene op de oesjabtie, met als toevoeging 'de verlichte', waarmee de god van het dodenrijk, Osiris werd bedoeld, als verwijzing naar de verheerlijkte staat van de overledene in het hiernamaals.

Oesjabties verschenen in het begin van het Middenrijk, aanvankelijk in koningsgraven en tijdens de Derde Tussenperiode en de Late Tijd ook in particuliere graven. Zij vormden een vast onderdeel van de  grafgiften en werden vervaardigd uit diverse materialen, maar er werd met name massaal geproduceerd in faience, een keramisch materiaal. De grootte van de beeldjes loopt uiteen. Er zijn er van enkele centimeters, er zijn er ook van ongeveer een halve meter hoog. Gedurende de tijd veranderden de beeldjes van vrij grove exemplaren van klei, was en hout tot prachtige kunstwerken uit steen, hout en faience.

Oesjabtiekist, Derde Tussenperiode, Walters Art MuseumIn het Nieuwe Rijk werden de oesjabties uitgerust met zaken als landbouwwerktuigjes, kleine schoffels en mandjes en na de Amarnaperiode tevens met alledaagse kleding. Het aantal sjabties nam tijdens het Nieuwe Rijk ook toe. Waren het tot aan de tijd van farao Amenhotep II uit de 18de dynastie, nog twee beeldjes, door de jaren heen werden dat er honderden. Sommige graven bevatten er 365, voor elke dag van het jaar een. Voor elke ploeg van tien arbeiders werd dan nog een opzichter toegevoegd, wat het totaal op 401 oesjabties bracht. In het graf van Sethi I trof men ongeveer 700 beeldjes aan en ook graven uit de Late Periode bevatten soms honderden exemplaren. Diverse heilige dieren werden eveneens voorzien van sjabties. Sommige Apis-stieren hadden een mummievormige sjabtie met een stierenkop. Kenmerkend voor de Derde Tussenperiode zijn de oesjabties van blauwe faience beschreven en gedecoreerd met zwarte details. Doordat de productie van oesjabties vanaf de Derde Tussenperiode massaal toenam ging de kwaliteit achteruit. Die trend zette zich door totdat ze in de Ptolemaeën Tijd uiteindelijk helemaal verdwenen.

© 2012 Joke Baardemans

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. Funary figurines, D.B.Spanel; Dood en begrafenisrituelen in het Oude Egypte, S. Ikram; Het Oude Egypte, T. Wilkinson