Obelisken, transport en oprichting

Lijntekening van het vervoer van een obelisk, tempel Hatsjepsoet Deir el-BahriNadat een obelisk uit de steengroeve was gehaald, wachtten andere zware taken: het transport en de oprichting op de plek van bestemming.

Over de manier waarop dit gebeurde, zijn tot op de dag van vandaag nog vele vragen onbeantwoord. Slechts enkele wandschilderingen en reliëfs verwijzen naar het transport of de oprichting. Toch moeten dit enorme klussen zijn geweest, waarbij duizenden arbeiders betrokken waren. Duidelijk is wel dat wanneer een obelisk eenmaal uit de steengroeve was getakeld, deze via hellingbanen naar de Nijl werd getrokken. Sporen van dergelijke hellingbanen zijn teruggevonden in bijvoorbeeld de steengroeven te Aswan.

De obelisk werd vervoerd via een of meerdere vaartuigen. Op een reliëf in de dodentempel van Hatsjepsoet in Deir el-Bahri (Karnak) wordt het transport, dat waarschijnlijk onder grote belangstelling van de Egyptenaren voorbij trok, uitgebeeld. Volgens dit tafereel zou de obelisk in een boot liggen, getrokken door vele andere boten. Op de boot is ook nog eens behoorlijk wat vracht te zien. Tegenwoordig wordt verondersteld dat dit waarschijnlijk een iconografische weergave van de werkelijkheid is. Zeker is dat de Egyptenaren met de materialen die zij tot hun beschikking hadden, nooit een obelisk over boordzijde op het schip getakeld kunnen hebben, zoals de reliëfs doen vermoeden. Sommige wetenschappers gaan er vanuit dat, gezien het gewicht van enkele tonnen, het haast onmogelijk is zo'n gevaarte met een enkele boot te vervoeren. Men denkt dat het transport waarschijnlijk met twee lichte boten heeft plaatsgevonden, waartussen zich draagbalken bevonden.

Nabootsing oprichting obeliskenMet de boot werd de obelisk naar de plaats van bestemming vervoerd. Om het gevaarte weer aan wal te krijgen moest men de oever op gelijke hoogte brengen met de obelisk. Zo kon hij weer op de kant worden getrokken en voorzichtig verder worden versleept. De arbeiders moesten voorkomen dat er scheuren ontstonden. Daarom was ook de oprichting een ingewikkelde aangelegenheid. Over de manier waarop dit gebeurde, verschillen de archeologen, ingenieurs en architecten van mening. Iedereen heeft zo zijn eigen theorie. Een van die theorieën is dat de weg naar de plek waar de obelisk uiteindelijk kwam te staan, met aarde of zand op hoogte werd gebracht.
Vervolgens werd de obelisk naar het hoogste punt getrokken, tot boven de sokkel. Er werden vele touwen aan de obelisk bevestigd en men trok de obelisk over de schuin aflopende kant voorzichtig naar beneden waardoor hij in een bepaalde hoek kwam te staan. Dit was een kritiek moment omdat de kans op beschadiging op dit punt het grootst was. Voor het laatste stuk trokken vele arbeiders de obelisk overeind aan de daarvoor bestemde touwen. Om te voorkomen dat de obelisk weg zou glijden, maakten de Egyptenaren een groef in de sokkel, aan de zijde die als eerste de grond raakte.

Een andere theorie gaat uit van een soort trechtervormige schacht gevuld met zand, waarin men de obelisk liet zakken. Via de voet werd het zand afgevoerd en zo zakte de obelisk langzaam op zijn plek. Bij deze theorie zou een langer deel van de obelisk in de lucht zweven met een groter risico op breuken.
Dat de aankomst ter plekke een bijzondere aangelegenheid was, laat het reliëf in de dodentempel van Hatsjepsoet zien. Er vonden grote feesten en vele religieuze ceremoniën plaats. Soldaten liepen bij wijze van begroeting met takken rond en een grote menigte was op de been. Door middel van talrijke offers werden de goden bedankt voor het eindresultaat.

© 2012 Joke Baardemans

Bronnen: Die unsterblichen Obelisken Ägyptens, L. Habachi/C. Vogel; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. C. van Siclen