Canopen

Canopenvazen Neschonsoe-21e dynastie, British MuseumDe oude Egyptenaren waren er van overtuigd dat er een leven was na de dood.

Zij besteedden daarom veel aandacht aan het mummificeren van de overledene, omdat die immers zijn lichaam weer nodig had in het hiernamaals. De ingewanden werden separaat gemummificeerd en om die te bewaren had men aparte vazen, die wij nu canopen noemen.

De naam canopen is gebaseerd op een misverstand en komt voort uit de Griekse periode. Canopus was een belangrijke havenplaats van Griekse kolonisten in Beneden-Egypte, 25 km ten oosten van het huidige Alexandrië. Wanneer Canopus precies is gesticht is onbekend. De stad zou zijn gesticht door Spartanen nadat de stuurman van Menelaüs, Canopus of Canobus genaamd, in een storm was omgekomen en hier begraven. Deze Griekse zeeheld werd in de vorm van een vaas met het hoofd van een mens vereerd in de stad. De eerste egyptologen zagen een verband tussen deze vaas en de vazen met ingewanden die later werden aangetroffen in de graven. Vandaar dat zij deze 'canopen' zijn gaan noemen. In de canopen werden de maag, de longen, de lever en de darmen bewaard. Het hart werd niet van het lichaam gescheiden. Dit orgaan werd in het oude Egypte namelijk gezien als het centrum van de emotie, het denken en de wijsheid.
Doorgaans werden canopen aan het voeteneinde van de mummie gezet, soms ook in een speciaal daarvoor gemaakte nis in het graf of in uitsparingen in de vloer.

stopper canopenvaas Toetanchamon, Egyptisch Museum CaïroDe oudste houder voor ingewanden is een kist en dateert uit de 4e dynastie. Deze kist behoorde tot de begrafenisbenodigdheden van Hetepheres, de vrouw van farao Snofroe. Het was een kist van Egyptisch albaster en bevatte vier compartimenten die met een deksel waren afgedekt.
De eerste echte canopenkruiken trof men aan in het graf van koningin Meresanch III (einde van de 4e dynastie). Het waren eenvoudige, aardewerken vazen. Door de faraonische tijd heen ontstonden er veranderingen in de vormgeving van de canopen. De eerste grote verandering vond plaats tijdens de Eerste Tussenperiode. De stoppers op de canopenvaas kregen de vorm van een menselijk hoofd. Overeenkomstig deze verandering werden de bundels ingewanden soms voorzien van een kartonnagemasker, eveneens met een menselijk hoofd. Later werden deze bundels door minder draagkrachtigen zonder vaas in het graf geplaatst. Dit was een aanmerkelijk goedkoper alternatief dan de kostbare stenen vazen.
Canopenkist Chonsoe, 19e dynastie, MET, New YorkAan het einde van het Middenrijk werden sommige canopen in twee kisten bewaard, een bewerkte, stenen buitenkist en een houten binnenkist. De buitenste kist symboliseerde de sarcofaag, de binnenste werd gezien als een equivalent van de kist van de overledene. Gedurende de 17e dynastie veranderde de oorspronkelijke zwarte achtergrondkleur van de kist in witte of geelachtige gesso. Gesso is een speciaal aangebrachte kalklaag waarop men kon schilderen. In de 18e dynastie veranderde de simpele vorm van de canopenkist en kreeg de kist meer de vorm van een naos-schrijn. Ook gedurende het Nieuwe Rijk veranderde de vormgeving van de stoppers. Nu kregen ze het uiterlijk van een van de vier Horuszonen. De lever stond onder bescherming van Amseti. Deze kruik had een mensenhoofd als stopper. De longen genoten bescherming van Hapi met de bavianenkop, de maag van Doeamoetef met de jakhalskop en de darmen stonden onder bescherming van Kebehshenoef met de valkenkop. De Horus-zonen werden op hun beurt weer beschermd door vier godinnen, Isis, Nephthys, Neith en Selket, die vaak op de buitenkant van de canopenkist werden afgebeeld. Aanvankelijk bevatten de inscripties op de kruiken en kisten de naam en titels van de overledene. Later richtten de teksten zich meer op de beschermgodinnen die verbonden waren aan de Horuszonen.

Reliëf van man die een canopenvaas draagt, Imhotep Museum, foto: Petra LetherHet afzonderlijk bewaren van de organen in canopenvazen vond plaats tot aan de 21e dynastie. Daarna plaatste men de gemummificeerde organen weer in het lichaam terug en werden er lege vazen, waarvan sommigen zelfs geheel massief, in het graf geplaatst. Deze dummy's behoorden tot de standaard grafuitrusting.
Aan het einde van de 25e dynastie nam het gebruik van canopenkruiken af en aan het einde van de Late Tijd waren ze zeldzaam. Vanuit de Ptolemaeën Tijd zijn er nog enkele bekend, vanuit de Romeinse Tijd niet meer. De reden waarom het gebruik van de vazen uiteindelijk verdween, is niet bekend.

© Joke Baardemans 2013

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt art. Canopic Yars and Chests, A. Dodson; Dood en begrafenisrituelen in het oude Egypte, S. Ikram