Neith

Neith afgebeeld in het graf van Chaemwaset, QV 44 Luxor

Haar aard was complex en zij vervulde diverse rollen. Als een van de machtigste godinnen was zij verbonden aan aspecten van het leven en het hiernamaals. Binnen de Egyptische geschiedenis vervulde zij al vroeg een rol als oorlogsgodin. Zij werd geassocieerd met wapens voor de jacht en voor oorlogsvoering. Haar embleem bestond uit een boog met twee gekruiste pijlen. Neith werd daarom ook wel meesteres van de boog genoemd. In het Oude Rijk werd zij als een van de manifestaties van het oog van de zonnegod Ra beschreven. Neith was zijn wijze raadgeefster op wiens hulp de zonnegod kon rekenen. Ook trad zij op als bemiddelaarster in het conflict tussen de god Osiris en zijn broer Seth.
In kosmologische zin werd Neith onder andere geassocieerd met de schepping en met Noen, de oerwateren waaruit de schepping was ontstaan. In deze hoedanigheid werd zij ook wel 'grote koe' of 'grote vloed' genoemd. Een van de eerste afbeeldingen hiervan verscheen op de sarcofaag van farao Merenptah uit de 19e dynastie.
Als moedergodin zou zij het zaad van de goden en de mensen hebben geschapen. Men beschouwde haar als moeder van Ra en ook werd er van haar gezegd dat zij de god Sobek het leven zou hebben geschonken. Er werd zelfs geschreven dat zij de geboorte zou hebben uitgevonden. Ook farao Amenhotep II beweerde dat hij door Neith zou zijn 'gevormd'.
Neith was misschien wel de belangrijkste godin van Beneden-Egypte. Het dragen van de rode kroon is een aanwijzing dat zij was verbonden aan de noordelijke delta.
Neith afgebeeld op sarcofaag Thoetanchamon, Egyptisch Museum Caïro, foto: Petra LetherAl vanuit het Oude Rijk werd Neith geassocieerd met het dodengeloof en de rituelen hieromtrent. Samen met Isis, Nephthys en Selket waakte zij over kisten en canopenkruiken. Neith was de beschermster van Doeamoetef, een van de Horuszonen die waakte over de maag van de overledene.
Ook huishoudelijk aspecten werden met Neith in verband gebracht. Zij werd beschouwd als uitvindster van het weven en was daarom patrones van de wevers. Dientengevolge had zij ook een rol in het begrafenisproces, als leverancier van de mummiewindsels en de lijkwades. Het hiëroglief voor haar naam stelt een weefgetouw voor, wat soms ook boven haar hoofd wordt afgebeeld.

In haar vroegste vorm wordt Neith menselijk afgebeeld met een embleem boven haar hoofd dat een boog en twee pijlen moet voorstellen. Vanaf de 5e dynastie ziet men haar ook met de rode kroon van Egypte waarbij zij vaak de was-scepter en het anch-teken in haar handen houdt. In haar rol als oorlogsgodin heeft zij een pijl en boog of een harpoen vast. In latere tijden word zij als zoömorf oftewel als dier afgebeeld, bijvoorbeeld als een knielende koe met horens en een zonneschijf op het hoofd. Als beschermster van de farao of de zonnegod Ra wordt zij ook als slang weergegeven. In haar rol als moeder of verzorgster van de god Sobek ziet men haar in amuletvorm als een rechtopstaande vrouw die de borst geeft aan een kleine krokodil of als vrouw met een krokodillenkop. In Esna werd Neith geassocieerd met de nijlbaars die haar kon vertegenwoordigen. De mythe vertelt namelijk dat zij zichzelf in deze vis veranderde zodat ze in de oerwateren kon zwemmen.

Reliëf met godin NeithEr zijn aanwijzingen dat Neith al werd vereerd in de Vroegdynastieke Periode. De eerste heilige schrijn uit de oud-Egyptische cultuur zou zijn gewijd aan Neith. Haar symbool staat afgebeeld aan de binnenkant van een heiligdom in Abydos. Dit heiligdom zou zijn bezocht door farao Aha uit de 1e dynastie.
Afbeeldingen van Neith op aardewerk waren wijdverspreid en zonder twijfel kan zij als een van de belangrijkste godinnen van de Vroegdynastieke Periode worden aangemerkt. In het Oude Rijk had Neith eveneens een heiligdom in Memfis. Gedurende het Middenrijk en het vroege Nieuwe Rijk verloor zij aan populariteit maar waarschijnlijk door Ramses II kreeg zij weer wat van haar vroegere status terug. In diverse teksten worden haar buitengewone krachten toegeschreven. Toch was het pas in de 26e dynastie dat haar populariteit tot grote hoogte steeg. Zij werd vereerd tijdens het bewind van de toenmalige farao's. Het grootste cultuscentrum van Neith bevond zich in de stad Saïs in de delta (het huidige Sa el-Hagar). De geschiedschrijver Herodotus heeft geschreven dat deze stad inkomsten ontving vanuit de Griekse handelskolonie Naucratis in de Egyptische Nijldelta. Hiermee kon haar indrukwekkende tempel worden verrijkt. Gedurende de Grieks-Romeinse periode was de verering van Neith bijzonder groot, met name in Esna waar zij werd vereerd samen met de god Chnoem. Daar vond ook jaarlijks een groot festival plaats dat aan haar was gewijd.
Er kan dus worden gesteld dat Neith gedurende de hele Egyptische geschiedenis werd vereerd en zij niet voor niets 'Neith, de grote' werd genoemd.

© Joke Baardemans 2014

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. Neith, C. Simon; The Complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt, R. Wilkinson