Sport en religie

Farao Hatsjepsoet tijdens het sed-feestZoals veel aspecten van de Egyptische samenleving was ook sport met religie verweven. Dit geldt met name voor specifieke sportieve activiteiten.

Een voorbeeld hiervan zijn boksen en stokvechten die zijn afgebeeld in het graf van Cheroe-ef (TT192). Zij vormden een onderdeel van de ceremonie die verband hield met het opzetten van de djed-zuil op het jubileum van de farao. Dit was een koninklijk ritueel. Het symboliseerde de wederopstanding van de god Osiris en de duurzame stabiliteit van het koningschap. In de tempel van Seti I te Abydos staat deze ceremonie afgebeeld.
Diverse godheden werden geassocieerd met sport. De godin Wadjet wordt in een tempelinscriptie uit het Oude Rijk de godin van het zwemmen genoemd. Bastet wordt in verband gebracht met boogschieten. Zo ook de oorlogsgod Monthoe, die tevens wordt gelinkt aan onder andere roeien en hardlopen. De bijnaam van de godin Sachmet was Meesteres van de vogelvangst en het vissen. De jacht op vogels en het vissen werden in het Nieuwe Rijk ook als sport beoefend.
Hardlopen is een van de eerste sportieve overleveringen inzake de cultus activiteiten. Op de kop van een strijdknots, destijds eigendom van farao Narmer, staat bijvoorbeeld een afbeelding van een wedloop tussen drie mannen die in een halve cirkel zijn opgesteld. Dit zou de grens van de stad Memfis moeten voorstellen. De race symboliseert de overgave van de stad.
Bekend zijn ook de afbeeldingen van de cultusloop, een onderdeel van het sed-feest waarbij de farao rondjes hardliep rondom een veld. De ceremonie vond doorgaans plaats na 30 regeringsjaren en symboliseerde de verhouding tussen de farao, de goden en het volk. Het was een teken van vernieuwing van zijn gezag en een manier om zijn onderdanen te overtuigen van zijn nog aanwezige vitaliteit en kracht.

Cultusfestiviteiten werden dikwijls opgeluisterd met dans, gymnastiek en acrobatiek. Afbeeldingen in diverse graven laten zien hoe meisjes op de gangbare, maar moeilijke dansen, werden voorbereid. Oefeningen waren absoluut noodzakelijk om zich de ingewikkelde dansen eigen te maken. De oefeningen wijken weinig af van onze huidige turnoefeningen. De brug en de salto kende men destijds ook al. Ook springoefeningen en rek- en strekoefeningen vormden een noodzakelijk onderdeel van de training. In de graven van de edelen bij Beni Hassan zijn hiervan mooie afbeeldingen te vinden.
Tijdens het transport van het grafbeeld naar het graf van de eigenaar werd de reis opgeluisterd door verschillende sportieve activiteiten zoals het maken van radslag en dansen. Deze acrobatische activiteiten behoorden tot de dodencultus en vormden onderdeel van de begrafenisrituelen. Zowel mannen als vrouwen namen hieraan deel.

Ter ere van de god Min kende men een specifiek festival met de daarbij behorende ceremonie. Vanaf de 6e dynastie zijn hier afbeeldingen van, onder meer in de dodentempel van Pepi II in Sakarra, waarbij 8 mannen, getooid met een veer, in een soort frame klimmen. Aanvankelijk dacht men dat dit een vorm van paalklimmen was. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat dit te maken had met het festival voor Min. Het frame bestond uit een rechtopstaande mast, die stevig aan een platform was bevestigd. Vier palen waren in een scherpe hoek aan de top van de mast vastgebonden, maar reikten niet helemaal tot de grond. Aan de palen zaten lange touwen. Het was de bedoeling dat in iedere paal twee mannen klommen. Door groepjes van drie mannen, die op de grond stonden, werden de palen constant heen en weer bewogen door aan de touwen te trekken. De kunst was dat de mannen die in de palen zaten zo lang mogelijk hun evenwicht wisten te bewaren.
Mogelijk dat dit spel ook onderdeel vormde van het cultusfestival ter ere van Min wat in Achmim plaatsvond. De geschiedschrijver, Herodotus heeft hierover geschreven.

© 2012 Joke Baardemans

Bron: Sport in Ancient Egypt, A.Touny, S.Wenig; Tanz, Sport en Spiel im Alten Ägypten, Juliane Lengning, in Kemet (DE) oktober 2006; Sports in The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, W.Decker