Hemioenoe

Hemioenoe, Roemer Pelizaeus Museum, Hildesheim, foto: J.BaardemansHemioenoe (4e Dynastie) was waarschijnlijk de zoon van prins Nefermaät en zijn vrouw Itet.

Zijn grootvader was Snofroe en hij was een neef van Choefoe. Het indrukwekkend aantal titels dat hem is toebedeeld laat zien dat zijn positie aan het hof belangrijk was. Hij maakte niet alleen snel carrière vanwege zijn bijzondere verwantschap, maar was waarschijnlijk ook gezegend met een flinke dosis talenten. Hij wordt gezien als de architect van de grote piramide van Gizeh, het grootste bouwwerk van het oude Egypte. Nog afgezien van de enorme constructie dwingt ook het logistieke aspect rondom de bouw van het project groot respect af. De bouw duurde circa 20 jaar en Hemioenoe was daardoor in staat zijn project van het begin tot het einde mee te maken. De eer die hem hierna ten deel viel en de genoegdoening die hij hier uit putte, is terug te zien in een ander kunstwerk wat tegenwoordig ten toon wordt gesteld in het Roemer und Pelizaeus Museum in Hildesheim. Het betreft een beeld dat zich oorspronkelijk in zijn graf, in een speciaal kamertje, de serdab, bevond. Dit beeld getuigt van groot vakmanschap. Hemioenoe oogt hier zelfverzekerd en besluitvaardig. Oorspronkelijk was het beeld beschilderd en bevatte waarschijnlijk met obsidiaan ingelegde ogen, destijds een kostbaar gesteente. Hoewel van beiden nauwelijks meer iets is waar te nemen, is het beeld nog steeds indrukwekkend. Het voetstuk bevat hiërogliefen, destijds aangebracht in gekleurd pleisterwerk. Je kunt aan Hemioenoe duidelijk zijn status aflezen. Hij draagt een kort schort dat is vastgebonden om de heupen. Het meest opvallende kenmerk van dit beeld is het feit dat Hemioenoe uitermate corpulent is. Zijn grote, hangende borsten en zijn buik met de daarin verzonken navel zijn enorm. In tegenstelling tot zijn ronduit dikke voorkomen oogt zijn hoofd haast abnormaal smal en klein.
In een land waar de bevolking op rantsoen leefde was een corpulent uiterlijk een teken van welvaart en voorspoed. Kennelijk heeft het monsterproject in Gizeh Hemioenoe geen windeieren gelegd. Het bracht hem een genereuze, levenslange beloning.
Over het hoofd van Hemioenoe was overigens in eerste instantie wat onduidelijkheid. Volgens de aantekeningen van de leider van de opgraving, H. Junker, zou het beeld in zijn geheel uit de serdab zijn gekomen. Hij was echter niet aanwezig bij de opgraving en heeft zich vergist. Andere documentatie wijst uit dat het hoofd in brokstukken is aangetroffen in het graf. Grafrovers hadden al in een eerder stadium, op illegale wijze, de serdab bezocht. Zij sloegen het hoofd van de romp omdat zij het obsidiaan waarmee de ogen naar alle waarschijnlijkheid waren ingelegd eruit wilde halen. Uiteindelijk hebben ze dit met grof geweld voor elkaar gekregen. De brokstukken van het hoofd werden bij de opgraving verzameld in een mand, gerestaureerd en weer terug geplaatst op het beeld.

Het graf, de mastaba van Hemioenoe had aanvankelijk een bescheiden afmeting maar groeide naarmate ook zijn roem groeide. Het is gelegen naast de piramide van Choefoe. Zoals blijkt uit de bijschriften in het graf beschikte Hemioenoe naast zijn rol als 'vizier van koning Choefoe' en 'oudere van het paleis' ook over een aantal belangrijke religieuze titels, onder andere 'priester van Bastet', 'priester van Shesmetet' en 'hogepriester van Thot'. Ook was Hemioenoe 'hoofd van de muziek van het zuiden en het noorden', mogelijk was dit gerelateerd aan een persoonlijke interesse. De meest belangrijke titels waren echter 'opzichter van de schrijvers' en 'opzichter van de werken van de koning'. Zijn hoge maatschappelijke positie kwam hierdoor het beste tot uitdrukking.

© 2012 Joke Baardemans

Bronnen: Lives of the Ancient Egyptiens, Toby Wilkinson ; Die Geschichte eines ägyptischen Prinzen, Bettina Schmitz