Medische papyri, deel 2

Chester Beatty papyrus, British MuseumSir Alfred Chester Beatty was een zeer rijke industrieel en verzamelaar van boeken en kunst.

Hij heeft het British Museum 19 papyri geschonken waarvan er enkele worden tentoongesteld. De manuscripten bevatten rituele teksten, toverformules en medische teksten. De papyri komen uit een privé-archief van de Egyptische familie van een schrijver, Qen-her-khepeshef, uit de 19e dynastie. Een eeuw lang bleef de papyri binnen deze familie. Uiteindelijk is het zwaar beschadigd in grafkapel teruggevonden.Een onderdeel van het Chester Beatty papyrus V bevat magische spreuken tegen hoofdpijn. De voorkant van het Chester Beatty papyrus VI bevat 8 pagina's, bestaande uit 41 paragrafen, die over aandoeningen van de anus gaan. Sommige paragrafen maken melding van geneesmiddelen en hoe die toegediend moeten worden. Ook het gebruik van een soort klysma's was destijds al gangbaar. Gelet op de vele recepten lijken obstipatie en aambeien algemeen voorkomende problemen te zijn geweest. Onderzoek op mummies heeft dit ook aangetoond.Zowel aan de voorkant als aan de achterzijde van Chester Beatty VII staan veel spreuken vermeld met betrekking tot schorpioenbeten.
Het papyrus van Berlijn kwam in 1827 in het bezit van Friedrich Wilhelm van Pruisen en was bestemd voor het museum in Berlijn, nu het Neues Museum. De herkomst is niet bekend maar het vertoont de typische stijlkenmerken van de 19e dynastie. Het papyrus is zowel op de voorkant als op de achterkant beschreven. Veel paragrafen komen overeen met het Ebers papyrus. Het papyrus bevat onder andere beschrijvingen van de aders en aandoeningen van de borst. Ook anticonceptie en vruchtbaarheidstesten worden hierin beschreven. Paragraaf 199 bevat een bekende tekst over de test waarmee men dacht te kunnen bepalen of er een jongetje of een meisje in aantocht was.
Het Britisch Museum huisvest het Londens Medische Papyrus. Over de herkomst is niets bekend en de staat waarin het papyrus zich bevindt is belabberd. Het papyrus dateert waarschijnlijk vanuit de tijd van farao Toetanchamon en bestaat uit 19 bladzijden met 61 paragrafen, deels medische en deels magische teksten. Een klein gedeelte bevat gynaecologische teksten. Ook in dit papyrus zijn diverse parallellen te vinden met het Ebers papyrus.
De herkomst van het papyrus Carlsberg VIII, dat zich nu in het egyptologisch instituut van de Universiteit van Kopenhagen bevindt, is eveneens onbekend. Het wordt in principe gedateerd op de 19e of 20e dynastie, maar het heeft de stijlkenmerken van een origineel uit de 12e dynastie. Mogelijk dat het kort na het Kahun papyrus is vervaardigd. Beiden kanten zijn beschreven, weliswaar elk door een andere schrijver, het handschrift is namelijk niet identiek. De achterkant is in zeer slechte staat en beschrijft oogaandoeningen. Het lijkt erop dat deze tekst een kopie is van de Ebers papyri. Aan de achterzijde staan teksten over zwangerschap en manieren om zwanger te raken Ook in dit papyrus treft men een tekst aan over hoe men dacht het geslacht van een ongeboren kind te kunnen bepalen.
De Britse egyptoloog James Quibell vond in een schacht achter de grote tempel van het Ramesseum 17 papyri in een houten kist waarop magische en medische teksten stonden. Vanwege hun vindplaats worden zij de Ramesseum papyri genoemd. Helaas is de grafeigenaar onbekend, de papyri dateren van rond de 13e dynastie. Door de slechte staat van het papyri is de vertaling lastig. Wel staat vast dat enkele onderdelen medische teksten bevatten. De teksten behandelen een breed scala van aandoeningen, zoals oogaandoeningen, gynaecologische aandoeningen en kinderziektes. Diverse passages verwijzen naar de geboorte. Er zijn ook onderdelen die remedies bieden voor spier- en peesproblemen. De Ramesseum papyri vertonen eveneens overeenkomsten met het Ebers papyri. Zij worden momenteel bewaard in het British Museum.
Nog een opmerkelijk papyrus is het Brooklyn papyrus wat te bezichtigen is in het Brooklyn Museum. De teksten gaan specifiek over slangenbeten. Het papyrus stamt uit Midden Egypte, waarschijnlijk de 30e dynastie of de vroege Ptolemaeïsche Periode. Het begin en het eind van deze papyrus ontbreekt, maar het middenstuk is in tamelijk goede conditie. Het eerste gedeelte bestaat uit systematische beschrijvingen van slangen en slangenbeten. Zo'n 38 slangen worden beschreven waarvan er inmiddels 13 zijn uitgestorven. Het tweede deel beschrijft de behandeling van slangenbeten.

© 2012 Joke Baardemans

Bron: Ancient Egyptian Medicine, J. F. Nunn, Ancient Egyptian Medicine, M. Faiad, Medicine in the days of the Pharaohs, B.Halioua en B. Ziskind