Schrijversbenodigdheden

Hieroglifisch symbool voor schrijverSchrijvers in het oude Egypte worden meestal afgebeeld met een aantal kenmerkende voorwerpen.

Veel van deze voorwerpen zijn ook daadwerkelijk in graven teruggevonden en nu in musea over de hele wereld te bezichtigen. De manier om een schrijver aan te duiden in het hiërogliefenschrift bestond uit de voorwerpen die een Schrijversbenodigdheden, KHM Wenenschrijver nodig had om zijn werk te kunnen doen: een palet, een pigmentzakje en een cilindervormige pennenhouder. Het zakje werd later geïnterpreteerd als een waterpotje. Het water werd gebruikt om de pigmenten te verdunnen. De schrijversbenodigdheden werden bijeengehouden met een touw, dat het mogelijk maakte om de spullen over de schouder te dragen. Vanaf het einde van het Oude Rijk bestond het rechthoekige schrijverspalet doorgaans uit hout, maar ook stenen en andere, niet-poreuze, exemplaren zijn bekend. Normaal gesproken bevatte het palet twee uithollingen om de rode en zwarte pigmenten in te doen. Kool werd gebruikt voor de zwarte inkt en rode oker voor de rode. Schrijver aan het werk, houten model uit het Middenrijk, KMKG Brussel De inkt werd bevochtigd met een vochtig penseel. Zwart was de normale schrijfkleur. Rood werd gebruikt om het begin van een zin te markeren of om belangrijke woorden en zinnen te markeren, zoals hoeveelheden bij medicijnen of namen van goden en demonen in religieuze teksten. Voor andere illustraties, zoals bijvoorbeeld in het dodenboek, werden meer kleuren gebruikt. Penselen werden gemaakt van harde rietsoorten, zoals bijvoorbeeld zeerus (Juncus maritimus), waarvan het uiteinde tot een punt werd gesneden en waarop werd gekauwd om de vezels van elkaar te scheiden.

Houten schrijverspalet uit het graf van ToetanchamonDe meest vroege afbeeldingen van schrijversbenodigdheden werden aangetroffen in het graf van de schrijver Hesyra in Sakkara (3e dynastie). Tijdens de 4e dynastie werden de benodigdheden uitgebreider getoond in grafreliëfs. Hierbij worden ook rieten manden en/of houten kistjes voor het opbergen van papyrus uitgebeeld. Ook ziet men leren of linnen rollen, voor opgerolde papyri, bijeengehouden met touw en waterpotten om de inkt mee te verdunnen of de penselen uit te spoelen. De schrijversuitrusting bevat soms ook kleine schoonmaakdoekjes, een steen om papyrus mee te bewerken en een kleine hamer om het papyrus mee te egaliseren. De eerste paletten bestonden uit eenvoudige schelpen die ook nog in de 4e en 5e dynastie werden gebruikt. Later gebruikte men rechthoekige exemplaren. Vanaf de 5e dynastie werden de paletten wat groter en soms ook voorzien van meerdere uitsparingen voor andere kleuren, met name als het palet was bestemd voor een schilder. Een centrale, lange uitsparing was voor de rietpennen bestemd.
Gedurende de Ptolemaeïsche en Romeinse tijd veranderde het schrijfmateriaal, in het bijzonder de schrijfpen, deze werd minder buigzaam, kreeg een scherpere punt en werd gemaakt van een andere rietsoort (Phragmites aegyptiaca).

Ostracon voorzien van hieratisch schrift, Middenrijk, Met New YorkHet materiaal waarop geschreven werd, varieerde. Men beschreef stenen monumenten, maar ook, meer voor algemeen gebruik, papyri gemaakt van de papyrusplant (Cyperus papyrus). Dit werd soms zelfs uitgewist en hergebruikt. De eerste papyrusrollen dateren uit de 1e dynastie uit het graf van Hemeka. Perkament (ook wel velijn genoemd) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van dierenhuiden, meestal van een geit of schaap. Hoewel niet gebruikelijk werd ook dit benut als materiaal om te schrijven. Het British Museum bewaard hiervan nog een rol uit de 18e dynastie. Men beschreef ook ostraca (potscherven). Dit was meestal voor persoonlijk gebruik. Houten plankjes werden dikwijls door studenten gebruikt zodat zij hun schrijfvaardigheid konden oefenen. Een praktisch complete set met schrijversbenodigdheden werd aangetroffen door Howard Carter in een graf uit het begin van het Nieuwe Rijk, naast de causeway (verhoogde weg) van de dodentempel van Hatsjepsoet op de westoever in Luxor. De vondst bevatte, naast de eerder genoemde schrijversbenodigdheden ook nog een beeldje van klei, een baviaantje. De baviaan was de verpersoonlijking van de god Toth, de god van de schrijvers.

Lijntekening graf KhentikaOmdat het beroep van schrijver aanzien genoot, lieten ook hooggeplaatste figuren zich soms afbeelden met de outfit van een schrijver. Zo laat een reliëf in het graf van vizier Khentika ons zien dat deze belangrijke man de drie symbolen voor de Egyptische seizoenen tekent (elk symbooltje vertegenwoordigt 4 maanden). Duidelijk zijn de overdreven grote pennenhouder, de pot met water en het palet te zien, terwijl de gewone schrijvers op de traditionele wijze zijn weergeven.

© Joke Baardemans 2014

Bronnen: Reading Egyptian Arts, R. Wilkinson; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt. Art. Scribes, W. Peck; http://www.ucl.ac.uk/museums-static/digitalegypt//Welcome.html