Baardmannetjes

Baardmannetje uit brecia-gesteente Naqada I-II Muse de LyonGedurende de Naqada I en Naqada II Periode maakten de ambachtslieden in het oude Egypte, met de beperkte middelen die ze hadden, interessante gebruiksvoorwerpen.

De materiële cultuur was innovatief en er werden meer goederen geproduceerd die kwalitatief beter werden. Hier zijn een aantal oorzaken voor te bedenken. Enerzijds ontwikkelden de ambachtslieden hun vaardigheden en zij namen in aantal toe. Anderzijds was er sprake van een groeiende groep welvarende mensen. Deze groep kon zich meer luxe permitteren en gaf opdracht voor het vervaardigen van praktische en symbolische voorwerpen. De elite investeerde dus beduidend meer dan de doorsnee Egyptenaar en liet ook specifieke grafgiften maken. De spirituele impact van deze grafgiften is moeilijk in te schatten, maar het feit dat zij goederen meenamen, duidt erop dat er sprake was van enig religieus gedachtegoed. De hoop op een hiernamaals was hier mogelijk al aanwezig.

Baardmannetje Naqada I-II, MET New YorkTot de bijzondere, maar ook wat merkwaardige voorwerpen die onderdeel uitmaakten van de grafgoederen, behoren figuurtjes die waren voorzien van een soort baard. Deze predynastieke figuren werden onder andere aangetroffen in graven bij de oud-Egyptische stad Hierakonpolis. Zij hebben een menselijke gestalte, waarvan alleen het gezicht enigszins herkenbaar is uitgewerkt en zijn doorgaans vervaardigd uit ivoor of steen (schist). Kenmerkend zijn de eenvoudige, driehoekige 'baarden' en de soms geprononceerde ogen, waarvan sommigen ingelegd zijn geweest. Verder hebben de figuurtjes soms wisselende, smalle inkepingen over de romp. De min of meer uitgebalanceerde, geometrische vormgeving doet denken aan een Frygische hoofdbedekking of kap die voorzien is van gaten. Het geeft deze figuurtjes een haast vogelachtige uitstraling. Hoewel de vorm doorgaans standaard is, zijn er diverse variaties bekend en zijn er ook meer uitgewerkte en verfijnde exemplaren. Vaak werd het uiteinde van een nijlpaardslagtand of een werphout omgevormd tot dergelijke figuurtjes. Ook zijn van deze figuurtjes hangertjes (mogelijk amuletten) aangetroffen.

Opvallend is dat deze 'baardmannetjes' niet alleen in de elitegraven voorkwamen, maar ook werden aangetroffen in graven waarvan vaststaat dat de grafeigenaar niet bepaald bemiddeld is geweest. Soms was zo'n baardmannetje maar de enige grafgift, wat duidelijk maakt dat materiële welstand niet de enige indicatie was om over een of meerdere van dit soort mannetjes te beschikken.
Mannetje gesneden uit nijlpaarden-ivoor NaqadaI-Naqada II, MET New York Vanuit de faraonische tijd weten we dat baarden te maken hadden met autoriteit. De (valse) baard behoorde tot de uitdossing van een farao, ongeacht of die een man was of een vrouw. Ook farao Hatsjepsoet liet zich afbeelden met een baard. Het is dus redelijk te veronderstellen dat het dragen van een baard oftewel het afbeelden van een baard thuis hoorde in de hogere kringen. Het verklaart echter niet waarom deze figuurtjes ook voorkwamen in de graven van minder welgestelden. Er zijn een aantal theorieën over de mogelijke onderliggende beweegredenen. Zo zouden de ambachtslieden een paar van dit soort figuurtjes achterhouden om zelf mee te kunnen nemen in hun graf. Op die manier zouden zij zichzelf autoriteit hebben willen verschaffen en respect willen oogsten.

Figuurtje met baard, Naqada I-II, MET New YorkEen andere veronderstelling heeft te maken met een uiting van status, welteverstaan individuele mannelijkheid. In dit geval zou dit niet zijn weergegeven door primaire seksuele kenmerken zoals bijvoorbeeld een fallus, maar eerder door secundaire kenmerken zoals de baard. Sociale status zou gedurende deze laat-Predynastieke periode met name bij mannen specifiek worden verbeeld door deze secundaire kenmerken. Dat zou ook een goede reden kunnen zijn waarom de farao's later een (valse) baard droegen. Sommige onderzoekers zijn dan ook van mening dat deze baardmannetjes dus de eerste heersers, de voorlopers van de latere farao's van Egypte voorstellen.

In ieder geval ontwikkelden de graven zich in deze tijd ook. Verschillenden graftypes kwamen in gebruik en grafeigenaren zullen daar hun eigen stempel op hebben willen drukken, naar gelang hun positie in de samenleving. Naar de oorspronkelijke betekenis van dit soort beeldjes is slechts te gissen, we weten alleen dat baarden gedurende de gehele faraonische periode behoorden tot de outfit van koningen en goden en in die zin waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld moeten hebben.

Joke Baardemans 2014

Bronnen: The Prehistory of Egypt, B. Midany-Reynes; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. Hairstyles, L. Green; info Metropolitan Museum of Art, New York