Vistaboe of niet?

Nijlbaars gevuld met kleiballetjes uit de 18e dynastie, Brooklyn MuseumIn de oud-Egyptische kunst zijn vele afbeeldingen van vissen en visvangst terug te vinden.

Vis was ruimschoots voorradig in de Nijl en de delta. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vis een een belangrijke voedingsbron was voor de oude Egyptenaren. In tegenstelling tot de grote hoeveelheid afbeeldingen wordt door menigeen aangenomen dat er op het eten van vis een taboe rustte in het oude Egypte. Hoewel het een feit is dat vissen weinig op een offertafel en in de offerlijsten voorkomen en door sommige priesters, farao's en burgers niet werden gegeten, bestaan er veel misverstanden omtrent het zogenaamde vistaboe.
De bron hiervan is te herleiden naar diverse klassieke schrijvers, zoals onder andere Diodorus Siculus en Herodotus, die een eigen interpretatie hebben gegeven aan de visconsumptie in het oude Egypte. Zij stelden dat het eten van vis als 'onrein' werd beschouwd. Reliëf vissersscène graf Mereroeka, foto: J. BaardemansVis stond daarom niet op het menu van de oude Egyptenaren. Deels leeft deze interpretatie tot op de dag van vandaag nog steeds. Uit allerlei bronnen wordt echter duidelijk het eten van vis, voor de doorsnee Egyptenaar, al in vroege tijden heel gebruikelijk was. Latere documentatie toont aan dat vis ook door welgestelden volop werd genuttigd. De echte fijnproever kende alle vissoorten en wist ook waar ze gevangen konden worden. Dat er op vis een algemeen taboe rustte en vissen door de hele bevolking als onrein werden beschouwd is dus uitgesloten. Toch blijven er een paar hardnekkige theorieën in omloop. Een ervan veronderstelt dat de afwezigheid van vissen op de offertafel en in de offerlijsten mogelijk te maken heeft met de mythe rondom de god Osiris. Het verhaal luidt dat Osiris door zijn vijandige broer Seth in stukken werd gesneden en in de rivier gegooid. Zijn fallus zou door vissen zijn opgegeten. Dit zou een reden zijn waarom het niet toegestaan was vissen aan te bieden als offer aan de overledene. Immers een overledene werd gelijkgesteld aan Osiris. Deze veronderstelling gaat niet altijd op. In het graf van Menna (TT 69) wordt wel degelijk vis op de offertafel afgebeeld en meerdere voorbeelden tonen aan dat het fallusverhaal niet doorslaggevend lijkt.

Schorpioenvis uit Dodentempel Hatsjepsoet, foto: K.SteinEen andere suggestie die wordt geopperd is dat het woord voor vis fonetisch veel gemeen zou hebben met het woord voor mens en daarom niet als offer in aanmerking kwam. Het zou mogelijk zijn herleid vanuit het Koptisch. Het woord voor vis in het Koptisch is 'rame' (rm in het Egyptisch) en voor mens 'rome' (rmt in het Egyptisch). Ook deze stelling lijkt geen stand te houden. Volgens Koptische bronnen is er namelijk geen klankverwantschap en daardoor hoogstwaarschijnlijk ook niet in het Oud-, Middel- en Nieuwegyptisch. Er is dus niets met zekerheid te zeggen over de fonetische verwantschap. Deze suggestie lijkt dus eveneens geen stand te houden.

Op een overwinningsstèle van farao Pye (25e Dynastie) staat een tekst geschreven waaruit blijkt dat hij drie van de vier Delta-koningen, die bij zijn huldiging aanwezig wilden zijn, afwees omdat zij viseters bleken te zijn. Dit mag echter niet zonder meer geïnterpreteerd worden als een algemeen visverbod. Volgens J. Asman werd Pye beschouwd als 'priester- veldheer' en hield hij zich aan de strenge, priesterlijke reinigingsvoorschriften. Het is niet ondenkbaar dat in bepaalde regio's, in bepaalde periodes en voor bepaalde personen zoals priesters, het nuttigen van vis taboe was. Rechtstreeks bewijs voor een algemeen vistaboe ontbreekt echter ook hier.

Kortom, vis speelde een belangrijke rol in het leven van de oude Egyptenaren, vis kwam wel degelijk in offerscènes voor, vis werd door hoog en laag genuttigd en sommige vissen werden zelfs als heilige dieren gemummificeerd en vereerd.

Buiten de voorgenoemde functies hadden vissen nog een andere rol. Het werd ook als betaalmiddel gebruikt in de ruilhandel en als loon in natura. In het faraonisch Egypte kende men geen andere betalingsmiddelen dan het ruilen van goederen en diensten. Vis was daar een van. In een reisverslag van Wenamon (20e Dynastie) die in de tijd van Ramses IX naar Syrië voer, kunnen we lezen dat hij in ruil voor cederhout 30 manden vis betaalde. Ook op diverse ostraca's en op lijsten uit het arbeidersdorp Deir el-Medina wordt duidelijk dat loon in natura werd uitbetaald. Naast graan wordt eveneens vis vermeld. Lager geplaatste arbeiders uit het dorp kregen vis, degenen met een hogere status vlees. Misschien moet de reden waarom vis weinig voorkomt op offertafels en in offerlijsten daarom wel worden gezocht in het feit dat de meeste welgestelden de consumptie van vis teveel Visstèle Sethi Iassocieerden met het gewone volk. Immers alleen de welgestelden hadden invloed op de decoratie van hun graven, van tempels, van stèles en van andere voorwerpen. Kennelijk had farao Sethi I geen moeite met vis. Het bewijs hiervoor is te vinden in ons eigen Rijksmuseum voor Oudheden. Daar treffen we een stèle aan waarop Sethi I offert aan de oogstgodin Renenoetet.

 

Op deze stèle bevindt zich de volgende tekst (zie foto): Di.n(=i) n=k rsf nb, in vertaling: Ik geef U voedsel van elke visvangst. 

 

© 2012 Joke Baardemans


Bron: Fishing form the earliest times, William Radcliff, Pharoa's Workers, L. Lesko, Private Life in New Kingdom Egypt, L.Lesko, Fische auf dem Speiseplan der Ägypter, Kemet, Gaby Otto
Foto's: