Grafontwikkeling, van mastaba tot piramide

Piramide van Djoser, foto: J.BaardemansDe grafontwikkeling in het oude Egypte hield niet op bij de simpele kuilgraven en de mastaba 's uit eerdere tijden.

De graven van welgestelden waren soms zeer omvangrijk en na verloop van tijd ook prachtig gedecoreerd. De handwerkslieden ontwikkelden zich eveneens en bekwaamden zich steeds meer. De bouw van de eerste piramide, de trappiramide van Djoser, luidde een architectonische omwenteling in: het werd het eerste grote bouwwerk ter wereld, geheel vervaardigd uit steen. Farao Djoser (3e dynastie) gaf opdracht voor deze klus. Waarschijnlijk was de grote, later vergoddelijkte architect van de farao, Imhotep, verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het graf voor de farao. Het werd een innovatief staaltje werk. Dit monumentale graf was zo'n 60 meter hoog en vormde het middelpunt van een enorm omheind complex met diverse functionele en fictieve gebouwen, binnenhoven voor religieuze festivals en een dodentempel. Het complex diende niet alleen voor de diverse ceremoniële activiteiten in het heden, maar was ook belangrijk voor de activiteiten van de farao in een het leven na de dood.

Façade piramide van Djoser, foto: J.BaardemansWaar men voorheen hout, riet en leem gebruikte om een graf te bouwen, verwerkten de bouwers nu grote hoeveelheden stenen blokken. Verondersteld wordt dat de rechthoekige oppervlakte van het complex de vroegere paleis façade weergeeft en ook andere bouwkenmerken kunnen worden vergeleken met architectonische elementen van voorheen. Een van de voorlopers van de piramide van Djoser kan dan ook worden gezien in het mastabagraf (nr. 3038) uit Sakkara van Anedjib (1e dynastie). Drie kanten van dit bouwwerk waren al voorzien van acht treden en omgeven door een façade met nissen. Binnenin was de ruimte gevuld met zand. Imhotep transformeerde de relatief eenvoudige berg zand uiteindelijk tot een piramide met afmetingen van 121x109 meter.

Het indrukwekkende gevaarte bestond uit Tura kalksteen en verrees hoog boven de omheining van het complex. Het bouwproces bestond uit meerdere fases. Men begon met het bouwen van een vierkanten, mastaba-achtige structuur. De grafschacht bevond zich hier recht onder. Hierna werd deze structuur rondom uitgebreid en zo ontstonden de eerste treden. Er vond eveneens een uitbreiding plaats naar het oostelijke deel. De vierkante vorm werd naar een meer conventioneel model teruggebracht, maar men blokkeerde hiermee ook de aanvankelijke toegang tot de onderbouw van het graf. Men besloot een nieuwe toegang te maken aan de noordkant van de piramide.
Om meer houvast en stabiliteit te krijgen plaatste men de steenblokken op een bepaalde manier, gericht op het middelpunt van de piramide. De bouwers gebruikten grotere blokken voor de resterende bouwfases en zo ontstond uiteindelijk de zes traps- structuur.
De onderbouw van de piramide heeft een uitgebreide structuur. Het bestaat uit een gangenstelsel van meer dan 5,7 km en bevat trappen, tunnels, schachten, kamers, galerijen en voorraadkamers. De granieten grafkelder heeft een afmeting van 2.96 x1.65 m en bevindt zich aan het einde van een brede schacht (7x7 m), in het midden van de mastaba, die als eerste werd gebouwd.
Muur ingelegd met faience-tegelsDe toenemende vaardigheden van de handwerkslieden leidden tot gedecoreerde kamers waarvan sommige waren afgewerkt met blauwe faience-tegels, ingelegd in kalksteen. Waarschijnlijk hield dit verband met de rietmat-structuur uit de eerdere graven.
De oostelijke kamer was verdeeld in zes gedecoreerde panelen, inclusief djed-pilaren, een deurdoorgang en drie schijndeuren met afbeeldingen van Djoser. De muren van twee verdere kamers werden ook gedecoreerd met blauw tegelmozaïek en de deuromlijstingen droegen de naam van Djoser. Dit alles verwees mogelijk naar de privéverblijven in het paleis van de farao.
De delen van een mummie die men vond in de grafkelder bleken van een eeuwen jongere datering te zijn. De mummie van Djoser is echter tot op heden niet gevonden.

Een opmerkelijk punt bij de bouw van de piramide was, dat niet alleen de piramide een offerplaats was, maar dat het complex als geheel als cultus centrum werd aangemerkt. De architect Imhotep had niet alleen een bijzondere koninklijke rustplaats gecreëerd en het eerste grote stenen bouwwerk ter wereld, maar ook een immense dodenstad. De piramide was letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt hiervan.

© Joke Baardemans 2014

Bronnen: The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art K. Weeks; Ancient Egyptian Tombs, the culture of live and death, S. Snape; The Oxford Historie of Ancient Egypt, I. Shaw; The Complete Piramids, M. Lehner