Cosmetica

Merit's cosmeticabox, Museo Egezio, Turijn, foto: Petra LetherHet begrip cosmetica is afgeleid van het woord kosmos, de wereldorde. Voor de oude Egyptenaren stond het menselijk lichaam in nauwe relatie tot de wereldorde. 

Het cyclisch denken was kenmerkend en alles was erop gericht het lichaam voort te laten bestaan. Het was dus belangrijk het lichaam goed te verzorgen. Het gebruik van make-up was niet alleen een middel om de schoonheid te versterken, maar bood ook bescherming, bijvoorbeeld tegen het klimaat. Schoonheidsmiddelen werden tevens als geneesmiddel aangewend en zalf kon daarnaast ook nog een religieuze betekenis hebben. Geuren en kleuren speelden voor de oude Egyptenaren een hele belangrijke rol.

Voordat men make-up gebruikte baadden de Egyptenaren in natron, een soort soda en schuurden hun lichaam met zand en zout om alle dode huidcellen te verwijderen. Hierna werd het lichaam ingesmeerd met olie, die de huid beschermde tegen het uitdrogen door de zon. Door geneeskrachtig kruiden aan de olie toe te voegen kon deze ook als geneesmiddel gebruikt worden.
Voor het gezicht werden speciale crèmes gebruikt, gemaakt van plantaardige olie en dierlijke vetten, soms vermengd met poederkalk, die wat zachter voor de huid was.
Geparfumeerde olie verkreeg men door bepaalde planten, kruiden en bloemen toe te voegen. Hars was eveneens een belangrijk geurmiddel.
De parfumkegels, een bekend verschijnsel tijdens het Middenrijk, die men op het hoofd droeg bij feestelijke aangelegenheden werden vervaardigd uit hard vet, aangemaakt met allerlei kruiden en bloemen.

Make-uppotje van kalksteen, vastgehouden door een baviaan, Nieuwe Rijk, RMO, foto: Petra LetherMake-up bood bescherming tegen elementen van buitenaf zoals het zonlicht of het stof van de zandstormen. Medische papyri beschrijven vaak het gebruik van kohl dat als een goede remedie werd beschouwd tegen oogontstekingen. Tegen oogklachten gebruikten, zowel vrouwen als mannen, oogschaduw waaraan geneeskrachtige kruiden waren toegevoegd. In eerste instantie gebruikte men (groene) malachiet, een mineraal dat fijngemalen werd op leisteen. Hier werd een smeerbaar mengsel van gemaakt door het te vermengen met water, vet en hars. Later kwam hier zwarte looderts (galena of kohl) bij. Aanvankelijk werd de oogschaduw in een band vanaf de wenkbrauwen tot over de slapen aangebracht, later werd dit beperkt tot de oogleden die langgerekter werden gemaakt. Ook aan de wimpers en wenkbrauwen werd aandacht geschonken, zij werden opgemaakt met kohl.
De lippen en wangen werden gekleurd met rode oker, waarschijnlijk vermengd met gomhars of vet. Om de nagels te kleuren  maakte men een pasta van de wortels en bladeren van de hennaplant. Dit werd op zowel vingernagels als teennagels gebruikt. Restanten hiervan zijn ook op beelden aangetroffen. Op een paar beelden uit het Nieuwe Rijk zijn zelfs de tepels rood gekleurd, wat eveneens het gebruik van henna aantoont. 

Voor de bereiding en het bewaren van de schoonheidsmiddelen produceerde men talrijke gebruiksvoorwerpen onder andere potjes, vazen, schminkpaletten, zalflepels, zalfpaletten. Op de potjes werd soms aangegeven waarvoor de oogverf was bestemd. Zo had men kohl voor elke dag, kohl tegen scheelheid, tegen tranende ogen, tegen ontstekingen en kohl om beter te zien. Voor de vormgeving van de voorwerpen gebruikte men vaak dierenfiguren. Vooral schildpadden, kikkers, apen en egels waren geliefd voor de potjes en vazen. Voor de zalflepels werden zwemsters, naakte meisjes met lange haren of met een lotusbloem als model gebruikt. Mogelijk dat dit een erotische betekenis had. De schminkpaletten werden met mens-, dier- en fabelfiguren gedecoreerd. Ook koningen werden afgebeeld, dikwijls in relatie tot een historische gebeurtenis.
Naast de afwisselende vormgeving van de diverse voorwerpen werden ook uiteenlopende materialen gebruikt zoals, albast, hout, ivoor, faience en diverse steensoorten.

Met name in de hogere kringen kende men reeds de beautycase waarin de make-upartikelen werden bewaard. Zij waren uit hout vervaardigd, werden beschilderd en versierd met houtsnijwerk en dierenfiguren. Soms werd voor de afwerking leer en ivoor gebruikt. Ook inlegwerk paste men toe en bestond doorgaans uit gekleurd glas. Een van de belangrijkste toiletartikelen in een beautycase was de spiegel, deze had een bijzondere symbolische betekenis. Het spiegelend vermogen relateerde de oude Egyptenaren aan leven en regeneratie.

© 2012 Joke Baardemans

Bron: Schönheit im Altaltag und Fest: art. Heike Wilde; Private live in New Kingdom Egypt, Lynn Meskell, Werkzeuge der Schönheit, Manuela Gander, art Kemet (DE); The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. Toiletries and Cosmetics, L. Green