Obelisken, herkomst en betekenis

De laterane,  Obelisk Thoetmoses III/ Thoetmoses V , Rome, foto: J.BaardemansVan de vele monumenten die Egypte rijk is vormt de obelisk, naast de piramiden en de sfinx een van de meest herkenbare objecten. Dit heeft mede te maken met het feit dat men overal ter wereld obelisken tegenkomt en zij in diverse wereldsteden een belangrijk monument zijn.

De bouw, het transport en de oprichting van een obelisk roepen ook nu nog veel vragen op. Met de weinige, primitieve middelen die de oude Egyptenaren tot hun beschikking hadden, hebben zij in ieder geval in bouwkundig en technologisch opzicht een grote prestatie geleverd.
Een obelisk is een rechtopstaand, naaldvormig monument op een vierkant voetstuk dat uit één blok steen (monoliet), meestal graniet, is gemaakt. Dit graniet was afkomstig uit diverse steengroeven in de omgeving van Assoean. Naar de punt toe loopt de obelisk geleidelijk spits toe. De punt vertoont gelijkenis met een piramidion, de top van een piramide, en werd vaak verguld om zo de zonnestralen te weerspiegelen. De vier gepolijste zijden zijn meestal voorzien van hiërogliefen. Doorgaans vermeldt de inscriptie degene die opdracht had gegeven voor de vervaardiging van de obelisk, namelijk de farao. Daarnaast maken de teksten duidelijk hoe nauw het koningschap verbonden was met de cultus voor de zonnegod Ra. De obelisken werden ook gebruikt om de verheerlijking van de farao zelf en zijn overwinningen te beschrijven. De meeste obelisken van Ramses II zijn voorzien van teksten die dit tot uitdrukking brengen.

Waar de naam obelisk precies vandaan komt, is niet met zekerheid te zeggen. Het verhaal gaat dat de Grieken, toen zij voor het eerst een obelisk zagen, het vergeleken met een (braad)spit en het verkleinden tot (braad)spitje wat 'obeliskos' betekende. Ook de Arabische naam 'masalla' dat 'grote naald' betekent, karakteriseert de vorm van de obelisk.
Waarschijnlijk gaat de oorsprong van de obelisk terug tot voor de 1ste dynastie. Toen al vereerde men stenen die qua vorm op een piramide en de punt van een obelisk leken. Waarschijnlijk betreffen het ijzermeteorieten, waarvan er één benben werd genoemd. De benben was volgens de overlevering sinds mensenheugenis aanwezig in de heilige stad Heliopolis. Deze stad was het voornaamste cultuscentrum van de zonnegod Ra en nauw verbonden met de scheppingsmythe. De benben-steen speelde een belangrijke rol in de zonnereligie en was als fetisj gerangschikt onder Atoem (ondergaande zon) en Ra-Horachte (opkomende zon). De obelisken werden, in navolging van de benben-steen, als voorwerp van verering voor de zonnegod Ra opgericht. Men vermoedt dat bij de tempel van Ra de eerste obelisk stond. Op deze plaats staat nog altijd een obelisk uit de tijd van Senwosret I uit de 12de dynastie. Bij onderzoekingen in de omgeving van deze obelisk trof men een deel van een andere obelisk aan waarop de naam van farao Teti uit de 6de dynastie stond vermeld. Voorlopig wordt nu aangenomen dat dit de oudste, echte obelisk is. In het Oude Rijk werden obelisken vaak geassocieerd met graftomben. In de 5de dynastie werden er voorlopers van de latere granieten obelisken aangetroffen bij de ingang van sommige graven. De kleine obelisken waren paarsgewijs opgesteld en vervaardigd uit zandsteen. In het Nieuwe Rijk werden de obelisken voor tempelpylonen geplaatst, zoals de obelisken van Hatsjepsoet in de tempel van Karnak.

Vele Egyptische obelisken zijn vanaf de Romeinse Tijd naar het buitenland getransporteerd. Ze zijn nu te bewonderen in Londen, Parijs, New York, Istanboel en Rome. Temninste 15 obelisken werden naar Rome vervoerd. Uiteindelijk zijn er 13 van overgebleven, waarvan er 5 zonder inscripties zijn. Keizer Theodosius bracht een obelisk naar Istanboel en gedurende de negentiende eeuw werden er drie obelisken naar Parijs, Londen en New York gebracht.

© 2012 Joke Baardemans

Bron: Die unsterblichen Obelisken Ägyptens, L. Habachi/Neuauflage C. Vogel; The Oxford Encyclopedia of Ancient Egypt, art. C. van Siclen